Vogels in de (ont)polder

Goudplevieren, www.vogeldagboek.nl © Adri de Groot

Wat de Hedwigepolder niet lukt, lukte de Ezumakeeg wel. In de jaren ‘90 is deze Lauwerszeepolder bij Ezumazijl in Noordoost-Friesland blank gezet. Ondiep water, slikken, droogvallende platen – daar krijg je watervogels op, watervogels bij de vleet. Er bivakkeren soms zeldzame strandlopers uit Amerika, steltkluten, bosruiters, franjepoten, kemphanen, eenden, zwanen, ganzen, sterns, zilverreigers, kiekendieven, slechtvalken, vis- en zeearenden.

Op een rustige nazomernamiddag spiegelt en strijkt het lage licht over de waterspiegels, de rietkragen en de vogels. Goudplevieren! Ze staan met honderden in het ondiepe water. Ze rusten of pikken in de modder. Sommige hebben nog zwarte vlekken op buik en borst – restjes zomerkleed. Ineens gaat de hele club als een golf de lucht in. Heen zwenkend is de zwerm goudbruin, weer zwenkend verblindend wit. De zwenkingen gaan gepaard met luid gesnor van honderden vleugels. ‘Drrrrrrfff’.

Wat een mooi geluid, wat een mooi gezicht.

Dan landt de groep weer. Waarvan schrokken ze zo? Toch niet van die bruine kiekendief? Die vliegt op veilige afstand laag boven riet en grasland. Groot en bruin, met roomwitte keel en voorhoofd. Een vrouwtje. Ze vloog daar al een tijdje en vliegt ze er nog steeds. Er zal wel een valk, havik of sperwer gepasseerd zijn, onzichtbaar voor de vijf, zes vogelaars die zich hier hebben verzameld. Allemaal mannen op leeftijd met telescopen op statieven.

Er scharrelen een paar kleinere waadvogels tussen de goudplevieren en kieviten door. Hun snavels zijn vrij lang en een beetje krom, ze zijn wit met donkergrijze bovendelen, grauwe hals, donkere kruin, maar een spierwitte wenkbrauw. Ze staan opgericht maar pikken telkens naar het water. Het zijn krombekstrandlopers, onderweg van Noord-Siberië naar West-Afrika.