Kleine voorjaarsspanners vliegen (niet of) laat

Kleine voorjaarsspanner, © Jeanette Essink

Veel dieren zijn seksueel dimorf. Het betekent dat man en vrouw er anders uitzien. Bij mensen is de man gemiddeld groter dan de vrouw, bij haviken is dat andersom. Van sommige vlinders hebben de vrouwtjes geen vleugels, kleine voorjaarsspanners bijvoorbeeld. Kleine voorjaarsspanners vliegen dit jaar laat. Ouderwetse feministen hadden dat een storende opmerking gevonden, omdat kleine voorjaarsspannervrouwtjes niet kunnen vliegen. Zij zitten op een eik te wachten tot een op paren belust mannetje aan komt fladderen. Die mannetjes zijn meestal begin januari wel present. Nu bleven ze nog even als pop in de grond, waar ze vorige zomer als rups in kropen, maar tijdens de zachte begindagen van februari kwamen ze tevoorschijn. En dan zijn ze goed te zien voor wie op boomrijke zandgrond woont.’s Avonds strijken ze neer op verlichte vensters of dwarrelen ze voor de koplampen van de auto. Overdag rusten de mannetjes in groeven op de eikenstam. Als ze wakker gemaakt worden, vlinderen ze naar een plekje in de buurt. De vrouwtjes zitten dag en nacht op de boombast, ’s morgens zijn ze wel eens onderaan een eik te vinden. Hoewel ze nachtvlinders zijn, laten mannetjes zich soms zonnebadend opwarmen. De vlinder op de foto doet dat op een oud eikenblad. Daarop valt hij niet op voor wie graag vlinders eet. Ook niet voor wie geen vlinders eet, hoewel de fotografe hem heeft opgemerkt. Kleine voorjaarsspanners zijn tot maart actief, waarna hun rupsen tot juni rond kruipen. Grote voorjaarsspanners en (gewone) voorjaarsspanners komen iets later op gang. Het spannende van hun naam danken ze aan wandelwijze van hun rupsen. Die er, vrouw of man, hetzelfde uitzien.