Kleine ruiter met gele poten

Kleine geelpootruiter. Foto Tim Zutt
Kleine geelpootruiter. Foto Tim Zutt

In Ezumakeeg, aan de rand van het Lauwersmeer, is een kleine geelpootruiter gesignaleerd. Kleine geelpootruiters worden bijna elk jaar wel in Nederland gezien. Maar ik heb er nog nooit een gezien.
Kleine geelpootruiters zijn tureluur-achtige waadvogels uit Amerika. Ze broeden in Noord- en overwinteren in Zuid-Amerika. Vrij laat in het voorjaar trekken ze noordwaarts, waarbij een enkeling soms verdwaalt en in Europa belandt. Of dat een onervaren vogel is, is een dappere avonturier of een sukkel die de kluts kwijt is, is onbekend.

Mijn zus en ik moeten in Lauwersoog zijn en besluiten onderweg een kijkje te nemen. Ook als we de ruiter niet zien, is Ezumakeeg een fijne plek. In de waterrijke weidsheid worden bontbekplevieren, zomertalingen, bergeenden, kluten, steltkluten, kemphanen en andere ruiters mooi belicht door de avondzon. En al die vogelgeluiden…

Vlak voor vertrek belt boswachter Herman Sieben met de vraag of ik zin heb binnenkort naar de duizend-soortendag van Staatsbosbeheer te komen, in het Lauwersmeer. ‘Ik ga nu al naar het Lauwersmeer’, zeg ik, en Sieben blijkt daar ook te zijn. Ik vertel dat even we naar Ezumakeeg gaan voor de geelpootruiter.

Als we er drie kwartier later arriveren, komt een man ons woest gebarend tegemoet lopen. Zus schrikt ervan. Maar het is boswachter Sieben, wijzend naar een vogel die door het ondiepe water waadt, dertig meter van de weg. ‘Daar zit ie’, glundert hij, ‘ik heb hem even vastgehouden voor jullie!’ We bedanken Herman hartelijk.

De kleine geelpootruiter is kleiner dan een tureluur, met lange, slanke puntvleugels en knalgele poten. Dat heeft de hele oceaan overgestoken, om hier ogenschijnlijk onbekommerd rond te waden. Hoe vindt zo’n beest ooit de weg terug? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk sterft hij hier eenzaam.

(Natuurdagboek maandag 30 juni 2014)