Kleine lentebode

Klein hoefblad. Foto Koos Dijksterhuis
Klein hoefblad. Foto Koos Dijksterhuis

Het was nog niet zacht en zonnig, vorige week, of prompt staken de eerste klein hoefbladen en speenkruiden hun gele kopjes in de zon. Op het nieuws hoorde ik de hele dag elk uur dat de lente een vijf weken vroeger was dan anders. Dat zal best, de merels zongen vroeg dit jaar. Maar de lijsters begonnen in februari, zoals altijd, en klein hoefblad op 25 februari lijkt me niet vroeg. Vorig jaar zag ik het klein hoefblad pas op 1 maart, dat is waar, en toen zag ik het bij Haarlem, 200 kilometer zuidelijker dan nu bij Lauwersoog, dus het is dit jaar een week eerder. Maar vorig jaar was het ook een heel late lente.

Vroeg of laat, het eerste klein hoefblad is altijd feestelijk. Hoe ellendig ik me ook voel, door zo’n simpel bloemetjes maakt mijn hart een sprongetje van blijdschap. Het eerste speenkruid heeft dat effect nog sterker. De eerste gierzwaluw is ook zo’n oppepper, meer nog dan een echte zwaluw. Het komt natuurlijk doordat die eerstelingen de lente beloven. De eerste klaproos, ook prachtig, kondigt de zomer aan en is al minder hartverwarmend. Wel is het gek dat de boeren- en huiszwaluwen minstens evenveel lente beloven als gierzwaluwen, maar het qua lenteblijdschap afleggen. Is het het gegier van gierzwaluwen dat hen zo geliefd maakt?

Eén van de vreugdevolste lenteboden is de veldleeuwerik, terwijl sommige veldleeuweriken niet eens wegtrekken, maar hier overwinteren. Maar ze beginnen op zachte dagen in februari en zingen door tot juni. En ze zingen langdurig en melodieus en hoog tegen de liefst zonnige hemel. Dus dan heb je ook wat.

Enfin, ik ben al blij met hoefblad, hoe klein ook.

(Natuurdagboek Trouw 3 maart 2014)

Kleine lentebode
DELEN
Tags: