Klein, kleiner, kleinst waterhoengeratel

Kleinst Waterhoen. Foto Harvey van Diek
Kleinst Waterhoen. Foto Harvey van Diek

Een vriend belt: of ik meega naar de Onlanden om klein en kleinst waterhoenen te zoeken. Leuk, ik ga mee.’s Avonds roepen beide waterhoenen in de duistere vegetatie van dit jonge, verruigde natuurgebied op de provinciegrens van Groningen en Drenthe. Er zijn van beide soorten meerdere gehoord. Ik heb nog nooit een kleinst waterhoen gehoord, laat staan gezien. Die vogels verstoppen zich tussen de russen, biezen en rietstengels in zompig grasland. Een klein waterhoen heb ik wel eens gezien, jaren geleden, op mijn eerste buitenlandse vakantie zonder ouders. Het was bij het krieken van de dag in een moeras bij de Neusiedlersee, Oost-Oostenrijk. Net las ik in een vogelencyclopedie dat dat gebied een bolwerk van die soort is. Niet van het kleinst waterhoen. Dat komt in Spanje, Midden- en Oost-Europa voor, maar niet bijster talrijk. Toch verschijnen de kleinste waterhoentjes de laatste jaren vaker in Nederland, soms broeden ze er zelfs. Dat komt vast doordat er meer zompige graslanden met russen en biezen zijn. Maar er moeten ook kleinst waterhoenen zijn die elders niet terecht kunnen, nieuw terrein zoeken en het nog vinden ook. Maak een leefgebied geschikt, en binnen de kortste keren hebben vogels het gevonden.

Nu moeten wij die vogels nog vinden. We lopen einden langs een weggetje door de duisternis. We horen wulpen, tureluurs, sprinkhaanzangers, rietgorzen, ganzen, zomertalingen, meerkoeten en een roerdomp. Het klein waterhoen kwaakt gakkend, het kleinst kwaakt ratelend. Er zijn meerdere vogelaars op pad. Ze hoorden allemaal net nog een waterhoen, maar nu niet meer. Rond middernacht hebben we beet. Een bijna onhoorbaar rateltje, zachter dan de kikkers. Een kleinst geluid van het kleinst waterhoen!

(Natuurdagboek Trouw 10 juni 2013)