Klein en bruin met gouden kruin

Goudhaantje. Foto Koos Dansen

Er zijn veel kleine bruine vogeltjes, door vogelaars kbv’s genoemd, die op elkaar lijken en door de bladeren scharrelen. Sommige van die zangertjes zijn overigens groenig of gelig. De meeste zijn alleen ’s zomers in Nederland, maar in de winter zijn twee kbv’s extra zichtbaar: goudhaantjes en vuurgoudhaantjes. Ze zijn de kleinste bruine vogeltjes van Europa, maar zijn meer dan klein en bruin. Ze hebben een gouden kruin. Vuurgoudhaantjes hebben bovendien een witte oogstreep.

Goudhaantjes scharrelen meestal door naaldbomen. Wandelend door een bos is de kans groot dat ze boven u passeren. Wilt u ze zien, wees dan gespitst op zachte, hoge piepjes en op bewegingen van bolletjes. Als wandelaars niet op waarnemingen gespitst zijn, worden veel goudhaantjes over het hoofd gezien. Jammer, want ze zijn schitterend en schattig bovendien.

Wie wel gespitst is, kan daarvoor beloond worden. Ik heb vaak meegemaakt dat, als ik stilsta bij goudhaantjes, ze afdalen en op ooghoogte rondscharrelen. Goudhaantjes broeden in Nederland, maar in de winter zijn er veel bezoekers uit noordelijke bossen, waar ze nauwelijks mensen zien. Ze weten dus niet hoe gevaarlijk mensen zijn, en komen zo dichtbij, dat mijn verrekijker niet meer scherp te stellen is. Zacht kwetterend vervolgen ze hun weg, alsof ik niet besta. Eén keer heb ik beleefd dat zo’n fleurig donsbolletje op me ging zitten.

Goudhaantjes zoeken in naaldbos insectenlarven en -poppen in boombasten en -takken, maar dwalen in de winter soms af naar tuinen en gaan wel eens vreemd door in loofbomen te scharrelen, of door bijvoorbeeld een beukenhaag. Overigens neigen vuurgoudhaantjes vaker naar loofbomen, maar in tuinen duiken goudhaantjes juist vaker op dan vuurgoudhaantjes.

Enfin, let tijdens een winterwandeling maar eens op. Ziet u dan geen goudhaantjes, dan ziet u vast wel iets anders. Want wie oplettend wandelt, ziet altijd wat.

(Natuurdagboek Trouw maandag 11 februari ’19)