Kikkerdril

Kikkerdril, © Jeanette Essink

In de warmte van april is het meeste padden- en kikkerdril al uitgekomen. Kikkervisjes en donderkopjes zwermen door ondiep water. Toch is er nog veel dril, en door daarvan voorzichtig iets in een emmertje en vervolgens je vijver te deponeren, kun je kikkers of padden introduceren of terugkrijgen.

Sommige lezers melden hun kikkers kwijt te zijn sinds de winterkou of door een ziekte. Kikkers en padden lijden onder schimmelinfecties. Ook vissen kunnen de oorzaak zijn, want vissen eten dril en een hele batterij organismen eet kikkervisjes.

Donderkopjes (paddenbaby’s) smaken net als volgroeide padden minder goed dan kikkers. Vissen laten jonge padden vaak wel met rust. Padden schoppen het daardoor wel eens tot een massale uittocht het land op. Dat wordt wel een paddenregen genoemd, al komen de amfibieën niet echt uit de lucht vallen – dat gebeurt alleen in de Bijbel, in de film ‘Magnolia’ en in de roman ‘Kafka op het strand’.

Een lezer vraagt of hij kikker-, padden- of salamanderdril in zijn vijver heeft. Hij noemt eitjes in zwarte strengen. Dat is paddendril.

Salamanders leggen losse eitjes op waterplanten, kikkers doen het zoals op de foto. Ingelegd in gelei rijpen de eitjes vlak onder het wateroppervlak.

Soms kun je de kikkervisjes en donderpadjes al zien bewegen in hun doorzichtige eitjes. Van sommige soorten kikkers en padden kunnen de visjes en padjes heel groot worden, maar meestal blijven ze klein en veranderen de visjes in kikkertjes of padjes van een centimeter of drie. Hun kieuwen worden longen, voortaan ademen ze niet onder, maar boven water. Het kan dan nog een tijd duren voor ze volwassen zijn, twee jaar soms wel.