Kasten en holen

Hergebruikte nestkast met ringmusnest (gras) op koolmeesnest (mos) foto Koos Dijksterhuis

De zon schijnt en de wind ligt een middag. Meteen gaan mezen, merels, winterkoninkjes en roodborsten druk in de weer. Merels vormen stelletjes, ook mezen zijn verdacht vaak met hun tweeën. We lopen ten oosten van Groningen twee uur langs jonge bossen en oude weilanden, sloten en rietveldjes. Twee knobbelzwanen dobberen samen in een sloot, steken tegelijk hun halzen in het water en halen ze tegelijk weer op. Een meerkoet smikkelt van opgeduikelde waterpest. Een andere meerkoet peddelt met iets plantaardigs in de snavel vastberaden een kant op. Het lijkt wel of ie nestelt. Uit de bosrand verschijnen twee sperwers. De een is duidelijk groter dan de ander: het vrouwtje. Van veel roofvogels verschillen man en vrouw van formaat, maar bij sperwers en haviken is het grootteverschil het grootst. Heet voordeel is onder meer dat man en vrouw achter andere prooien kunnen aanjagen en elkaar dus niet beconcurreren. Man en vrouw sperwer trekken doorgaans zo weinig met elkaar op, dat ze wel andere soorten lijken. Dat deze twee nu samen vliegen en om elkaar dollen, maakt een wel heel lenteachtige indruk. Ze lijken te baltsen. Buitelend en stoeiend vliegen ze over de weilanden weg, tot ze als twee stipjes verdwijnen achter de losse kerktoren van Garrelsweer.

Een lezer meldt me broedende duiven in zijn tuin, waarschijnlijk Turkse tortels. Ze zitten op drie eieren. Blauwe reigers zijn ook al in de weer met hun nieuwe seizoen, nog even en bosuilen eveneens. De dagen krimpen nog of een nieuwe lente gluurt al door de kier.

Hebban olla uogula nestas higunnan? Nee, niet alle. Maar de voorbereidingen zijn begonnen. Als u nog nestkasten voor het nieuwe seizoen wilt, hang ze dan nu op. Dan kunnen toekomstige bewoners ze vast inspecteren en er bovendien in slapen. Beschut tegen wind en neerslag en veilig voor uw kat, die weliswaar nooit een vogel zou pakken, maar dat weten de vogels niet. Het doorbrengen van winternachten in nestkasten heeft voordelen, zeker als ze er met meerdere in slapen, naast, op en onder elkaar. Het nadeel ervan is dat ze er mijten en ander ongedierte kunnen oplopen. Ze kunnen daar ook elkaar mee besmetten.

Vogels lijken dat te weten. Holenbroeders plegen daarom hun nestholte te verrijken met gifplanten, vooral als ze hetzelfde hol meerdere jaren gebruiken. Natuurlijke insecticide. In een Amerikaans onderzoek naar tientallen holenbroeders bleek dat van vogels die hetzelfde hol hergebruiken acht op de tien er gifplanten mee naartoe slepen. Van vogels die liever elk jaar een nieuw hol inrichten, doen vier op de tien dat. Daarom is het ook goed om nestkastjes na de zomer om te spoelen met heet water. Er liggen soms ook nog dode kuikens of eieren in.

Notoire holenbroeders als kauwtjes pakken weleens een mier op met hun snavel, die ze vervolgens kapot wrijven op hun veren. Het mierenzuur bestrijdt mogelijke parasieten. Er schijnen zelfs vogels te zijn betrapt die zich inwreven met slakkengif uit moestuinen en met sigarettenpeuken. Tabakssap is een beproefd insectenwerend middel. Niet alleen vogels reinigen zich met ontsmettende middeltjes. Bruine beren smeren hun vacht in met pulp van giftige wortels. Navajo-indianen schijnen dat van de beren te hebben afgekeken. Als wij jodium of sterilon op een wondje smeren, of muggenolie op onze huid, doen we hetzelfde. Een sigaret roken werkt ook goed tegen muggen. Maar je huid inwrijven met een peuk? Het middel kan erger zijn dan de kwaal.