Kale zwam op spookbrug

Kale inktzwam, © K. Dijksterhuis

Kort geleden bezocht ik met een vriendin de plek waar kasteel Dijksterhuis stond. Het stond op dertig kilometer afstand van mijn huis, al was mijn huis er nog niet toen Dijksterhuis er nog was. In de buurt van Pieterburen sleet de borg zijn laatste jaren leegstaand en afbladderend tot het in 1903 werd gesloopt. Er is niets meer van over behalve de plek met een slotgracht – een overstatement voor de met elzen en vlieren begroeide sloot. Maar toch. Het gras wordt soms gemaaid, de sloot wordt soms gebaggerd, maar de plek blijft een onbenut eilandje in het zo intensief benutte akkerland van het calvinistische Noord-Groningen. Misschien komt het doordat er een geest rondwaart. De geest van de moor die er zijn ex-geliefde en heur minnaar vermoordde en voor straf opgeknoopt werd. Zijn geest zorgde voor dagelijks eerherstel van de telkens weggeboende bloedvlek. Ik stam uit een bloeddorstig geslacht. Voorouders, goden en geesten zijn soms effectieve natuurbeschermers.

We proberen het met gras en mos begroeide bruggetje over de slotgracht. Het is stevig zat, het zal wel van na de Dijksterhuistijd zijn. In het gras op de brug staan inktzwammen. Ze zijn vers, nog niet opgerold of druipend van de inkt. Ze zijn ook niet geschubd, zoals geschubde inktzwammen. Het zijn dan ook kale inktzwammen. Die zijn minder algemeen dan geschubde, maar zeldzaam zijn ze niet. Geschubde en kale inktzwammen blijven tot laat in de herfst uit het gras opduiken. Piepjonge geschubde inktzwammen zijn eetbaar. Piepjonge kale inktzwammen zijn ook eetbaar, maar wie er een glaasje wijn bij drinkt, wordt ziek. De paddestoelen hebben iets wat beginnende alcoholisten van de fles zou kunnen weerhouden.