Kaasjeskruid met roofdierlucht

Muskuskaasjeskruid, © Koos Dijksterhuis

In sommige wegbermen, in de duinen en in veel tuinen bloeit nu muskuskaasjeskruid. Het is een roze, soms wit bloeiend kaasjeskruid met smallere blaadjes dan groot kaasjeskruid. Kaasjeskruid wordt door kwekers en ervaren tuinierders vaak malva genoemd, de Latijnse familienaam. Malva’s zijn geliefde en gemakkelijke tuinplanten. Ze zaaien zichzelf uit en bloeien de hele zomer en nazomer met veel bloemen. Ze verdwijnen ’s winters maar bloeien in de lente weer op en zijn in trek bij vlinders. Kaasjeskruid heeft veel donkerder bloemen dan muskuskaasjeskruid oftewel muskusmalva. Ook die malva’s in de berm zijn waarschijnlijk door een groendienst gezaaid. De planten komen ook in het wild voor en de gekweekte verwilderen gemakkelijk.

Muskus is een geurstof die in wierook en parfum verwerkt wordt. Pure muskus ruikt naar roofdieren. Het wolvenhok van de dierentuin, een nertsenfokkerij, een vossenhol; het ruikt er naar muskus. Ook spitsmuizen verspreiden muskus. Zijn spitsmuizen dan roofdieren? Dat hangt af van de definitie van roofdier. Ik zou spitsmuizen geen roofdieren noemen, eerder de prooi van roofdieren, maar het zijn geen vegetariërs, want ze eten insecten en worden met mollen en egels bij de insectivora ingedeeld. Terug naar kaasjeskruid. Ik denk dat met kaasjes de vruchtjes bedoeld worden, maar zeker weet ik dat niet. Zo’n vrucht bevat een heleboel zaden: platte schijfjes die samen een krans vormen. Zo’n vrucht wordt een splitvrucht of deelvrucht genoemd. Stokroos heeft ook zulke zaden.

Als u door een bij gestoken wordt, helpt muskuskaasjeskruid. Wrijf dan meteen groene blaadjes op de prikplek en laat er een blaadje als pleister op liggen. Dat scheelt in pijn en zwelling en u ruikt als een roofdier.

Eén gedachte over “Kaasjeskruid met roofdierlucht”

Reacties zijn gesloten.