Juffers? Geen juffers!

Noordse winterjuffer (m.), © Jeanette Essink

Jeanette Essink snoeft over zwermen winterjuffers langs de houtwallen op het terrein van de Drentse waterleidingmaatschappij. Noordse winterjuffers en bruine. Ik wil ze wel eens zien, maar de zon blijft verstopt boven dichte mist. De enige juffer die zich laat zien, is Jeanette zelf. Tussen de houtwallen liggen hooilanden. Ik ben hier vaker geweest met Jeanette, die het gebied als haar achtertuin beschouwt. ‘Hier bij deze eiken komen eikenpages voor’, wijst ze. ‘Er zijn hier massa’s vlnders, libellen en andere insecten. En een vogels! Vorige week wemelde het nog van de kramsvogels. Er staan ook zoveel bessenstruiken! Appelbessen zijn het eerst op.’ Overal haalt ze herinneringen op aan waarnemingen. Bandheidelibellen, Sint-Jansvlinders en de winterjuffers die we niet zien. ‘Ze zitten in het gras, en als ze voor je opvliegen zijn ze net vliegende grassprietjes. Dan verdwijnen ze in de bramen en zie je ze niet meer.’ Voor de zekerheid schud ik eens aan een braam. Niets. Toch kunnen winterjuffers goed tegen de kou, dus waarom ze zich zo schuilhouden? Kennelijk zijn ze minder bestand tegen mist.

We zien blauwe knoop, knoopkruid, duizendblad, diverse gele composieten, koekoeksbloemen en grasmuur; allemaal nog in bloei. Deze bloemrijke hooilanden worden iedere herfst gemaaid. Sommige stroken gaan ongemaaid de winter in. Op die stroken hingen de winterjuffers rond, die zich nu niet laten zien.

We vinden vossendrollen en reeënprenten. In een bosje vol bloeiende vingerhoedskruiden betrapte Jeanette van de zomer een maaimachine die alle kleur neermaaide. Zij overtuigde de maaier dat zulks zinloos was. Tegen haar charmante overtuigingskracht is geen mens bestand. Een deel van de bosbodem staat nog vol rozetten van vingerhoedskruid.