Jager op zee

Grote jager, © Harvey van Diek

Ten zuiden van de Hondsbossche Zeewering loop ik de duinen in. Daar blijkt een zitje te zijn ingegraven. Er staat een bankje in de luwte van de kuil en als je daarop zit, kun je over de duinrand naar zee kijken. Er zit een man achter een verrekijker. De verrekijker is met elastieken aan een plankje gegord. Het plankje ligt op een statief. De kijker is van ijzer, bekrast en een beetje gebutst. Die gaat al jaren mee, en de man kijkt er al jaren door naar zee. Vooral in de nazomer en herfst. Zeetrek tellen.

Voor de kust trekken veel vogels naar het zuiden, sommige naar het noorden. Ik tuur over zee. Er passeren meeuwen, eidereenden, aalscholvers, steltlopers, ganzen en een reiger. De man noteert alles.

Tegenwoordig zijn er telescopen, maar deze man houdt het bij zijn kijker. Knap, want het is lastig om een stipje op de grauwe watervlakte in het vizier te krijgen en te houden en vast te stellen welke soort het is. Als het waait, en het waait aan zee nog al eens, trilt het kijkerbeeld en verdwijnen laagvliegende vogels achter de golven.

‘Grote jager op 12 uur’, zegt de man ineens. Waarachtig, recht voor ons uit, ver op zee jaagt de forse roofmeeuw achter een paar meeuwen aan. Hij probeert hen blijkbaar een prooi afhandig te maken. Dat doen jagers – meeuwen en sterns hun vangst afpikken. Het moeten enorme etterbakken zijn voor die meeuwen en sterns. Het forse postuur, het sarren van de meeuwen – duidelijk een grote jager. Die zie ik niet vaak. Dan schitteren zelfs zijn witte vleugelvlekken in de zon. Mijn dag is goed.