Wie is nou parasiet?

parasiet sluipwesp
Sluipwesp met legboor om ei in rups te leggen. Foto Koos Dijksterhuis

Gisteren schreef ik dat ik me een parasiet zou voelen, als ik na mijn dood mijn organen voor mezelf zou houden, maar wel andermans organen zou willen, als die mijn leven konden redden.
Ik schreef dat naar aanleiding van een column van Bert Keizer in Trouw. Over parasitisme had een andere columnist eerder die week geschreven.

Sylvain Ephimenco verwijt de oprichters van Denk “broedparasitisme”, omdat ze gewend waren “op andermans kosten te tieren, alvorens vluchtend op zetelrooftocht te gaan.” Het getuigt van een ruimdenkende interpretatie van het begrip broedparasitisme, dat in de natuur gebruikt wordt voor koekoekachtig gedrag tussen verschillende soorten. In dit geval gaat het om tijdelijke samenwerking tussen soortgenoten. Volgens Ephimenco’s interpretatie is iedere politicus die uit een fractie stapt en zelf verder gaat, een broedparasiet. Dan hebben Wilders en Verdonk op de VVD gebroedparasiteerd, Brinkman en Bontes op de PVV en Krol op 50+. Vindt Ephimenco iedereen die afscheid neemt van zijn werkgever een broedparasiet? Of geldt dat alleen voor ex-PvdA-ers van Turkse afkomst?

Zijn definitie van parasitisme is: “een symbiose van organismen, waarbij de parasiet, een lager organisme, ten koste van de gastheer, een hoger organisme, leeft.” Symbiose wil zeggen dat verschillende soorten samenleven. Wij mensen leven ten koste van vrijwel alle andere diersoorten, in symbiose met bijvoorbeeld runderen, varkens en kippen. Toch zou ik kippen geen hogere organismen noemen dan mensen. Hét voorbeeld van parasieten is de familie van sluipwespen. Daar zijn rond de 22 duizend soorten van bekend, die allemaal parasiteren. Er is geen insectensoort, of hij wordt wel geparasiteerd door een sluipwesp. Sluipwespen parasiteren zelfs op sluipwespen. Als een rangorde zin had, zou ik een sluipwesp hoger indelen dan de bladluis waarop hij parasiteert.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 19 okt. 2016)