Invasie van springend zaad

Klein springzaad, © Koos Dijksterhuis

Klein springzaad is een plant die kinderen tot de verbeelding spreekt. Mijn kinderen vinden leuk wat ik als kind ook leuk vond: de rijpe springzaden aanraken. Dan knappen ze open en schieten de zaadjes decimeters weg, als duveltjes uit doosjes. Je weet dat het gaat gebeuren en toch schrik je altijd even. Soms moet je licht knijpen om de zaadjes te laten springen. Toch kan zo’n groen, langwerpig peultje er dik en rijp genoeg uitzien, maar nog onrijpe, witte zaadjes bevatten. Die knijp je zonder resultaat fijn. En dat heeft iets spijtigs, er wordt zowel een plantje als een projectiel in de kiem gesmoord.

Niet dat springzaad moeite heeft zich te handhaven. Integendeel. In bermen, onder bomen, in tuinen en parken, overal kan springzaad springen. Als er maar vruchtbare grond, schaduw en vocht is. Vanuit groezelige hoekjes tussen blinde muren vuurt het zijn zaden af.

Vanuit Centraal-Azië heeft de plant Europa, Noordoost-Azië en Noord-Amerika gekoloniseerd. Ik las op internet dat, toen de planten in de jaren dertig door de Duitse bossen sprongen, de Hitlerjugend er het voorbeeld in zag van wat een Bolsjewistische invasie in Duitsland teweeg zou brengen. Het lijkt me sterk dat de Hitlerjugend een bolsjewistische invasie dusdanig onderschatte. Toen de Bolsjewieken binnen marcheerden, was het gauw gedaan met het Derde Rijk. Oost-Duitsers hadden daarna vermoedelijk meer last van het bolsjewistische juk dan van de terreur van het springzaad, dat zijn invasie onverminderd voortzette.

Springzaad is eetbaar als gekookte groente, maar onttrekt net als spinazie kalk aan het lichaam. De zaadjes zijn ook te eten, door de sla bijvoorbeeld, maar om ze te oogsten moet je de wegschietende projectielen handig opvangen.