Inktzwam met glinsterende plooirok

Glimmerinktzwam Foto Koos Dijksterhuis
Glimmerinktzwam. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik enigszins groggy uit de tandartspraktijk stap, valt mijn oog op een groepje paddestoelen in een groenstrook. Aan de ietwat donkere, opstaande rand van de hoed zie ik dat het inktzwammen zijn. Inktzwammen beginnen hun korte leven als een soort ei, maar verrijzen wonderbaarlijjk snel op hun stengel en rollen hun hoed op, waarbij die hoed geleidelijk in zwarte inkt oplost en wegdruipt. Dit hele proces is een kwestie van een paar dagen tot een week.

De inktzwammen bij de tandarts zijn sierlijk gevormd. Ze staan op ranke, witte stelen en hebben bruine hoeden als rokjes; rokjes met een smalle, donkere zoom. Er schijnen verticale lijntjes door, als plooien. Een andere, kleinere inktzwam heeft dat nog sterker en heet dan ook plooirokje. Deze niet, deze heet glimmerinktzwam, naar de glinsterende stofjes die aan de hoed plakken, de restjes van het velum. Het velum is het vlies dat het zaakje bij elkaar hield, toen de zwam nog een ei was. Als de groeidrang groot wordt, scheurt het velum open en schiet de zwam de hoogte in.

Glimmerinktzwammen groeien op rottend hout. Dat kunnen dode takken of boomstronken zijn, maar ook houtsnippers. Op de foto is geen rottend hout te zien, dus waarschijnlijk groeien de zwammen op een dode boomwortel, net onder de grond.

Overigens betreft het hier waarschijnlijk de gewone glimmerinktzwam, maar ik houd het gemakshalve bij glimmerinktzwam, en niet alleen omdat ‘gewone’ zo gewoontjes klinkt, maar omdat de gewone glimmerinktzwam slechts aan de sporen, onder de microscoop dus, te onderscheiden is van drie andere glimmerinktzwammen.

Glimmerinktzwammen kunnen, als ze piepjong zijn, zonder gevaar gegeten worden. Nochtans staan ze in boeken vermeld als ‘verdacht’, want ze zijn heel goed in het opnemen van gifstoffen. Je kunt ze dus beter niet eten, als je niet zeker weet wat voor vergif er in de buurt gespoten of gedumpt is. Ze kunnen sommige gevaarlijke stoffen trouwens ook afbreken, wat de zwammen interessant maakt voor afvalverwerking.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 22 november ’19)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *