Ingemetselde neushoornvogel

Grijze tok. Foto Koos Dijksterhuis

De kerstvakantie bracht ik door in Tanzania, met mijn kinderen. We zaten een paar dagen in een natuurreservaat, stonden zes uur op, zochten vogels en andere dieren, schoven rond tien uur aan voor het ontbijt, en gingen van vier uur tot zonsondergang nog eens op stap. Zo waren wij tegelijk met de dieren wakker, en misten we de middaghitte en de drukte van dagjesmensen, terwijl we het fraaie ochtend- en avondlicht zagen.

Tussendoor konden we luieren, lezen, wassen en douchen. Ik las met de verrekijker binnen handbereik en één oog op de savanne gericht. Daar sjokten gnoes, wrattenzwijnen en giraffen voorbij en ’s nachts gromde er een leeuw. Als ik even naar de wc moest, liet ik mijn waardevolle spullen niet onbeheerd op het terras liggen. Niet vanwege de mensen, maar vanwege de bavianen.

Ik zag een neushoornvogel aan komen vliegen. Weldra vloog hij weer weg. Even later was ie er weer. Zou ie hier een hol hebben?

Neushoornvogels zijn grote, tropische vogels met enorme snavels. Ze worden vaak vergeleken met toekans, hun evenknieën in Amerika. Neushoornvogels en toekans zijn echter niet verwant. Wij zien zes soorten neushoornvogels, in het Nederlands tok genoemd en soms ook jaarvogel. Het meeste zien we de grijze tok en de roodsnaveltok. Waar de naam tok vandaan komt, weet ik niet, al kan ik er allerlei verklaringen voor bedenken.

Toks broeden in holle bomen, net als spechten. In een boom is het droog en veilig, zeker als je, zoals toks doen, de ingang van het hol dichtmetselt. Het vrouwtje laat zich inmetselen en blijft in haar eentje in de boom zitten broeden, tot haar jongen zo groot zijn dat ze er nauwelijks meer bij past. In de tussentijd voert haar mannetje haar door een kleine opening in het metselwerk.

Ik liep de savanne op, denkend aan de leeuw die ergens lag te dutten, en zag de dichtgemetselde holte in een dode boom. Daar zat het vrouwtje te broeden.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 11 januari ’19)