Impopulaire populieren

Populier. Foto Koos Dijksterhuis
Populier. Foto Koos Dijksterhuis

De provincie Flevoland heeft prachtige bossen. Ze zijn maximaal even oud als de polder zelf, maar op de zeeklei groeien de bomen veel sneller dan op de arme zandgronden en dat waren lange tijd de enige gronden waar bos stond. Wij mensen kapten eerst al het bos en plantten toen productiebos op de woeste zandgronden die zo armetierig waren, dat er verder toch niets op de verbouwen viel.

In Flevoland zijn de bossen nu vijftig tot zeventig jaar oud en ze zien er soms uit als oerbossen. Sommige zijn gemengd, andere bestaan vooral uit wilgen of populieren. Op populieren wordt door natuurbeheerders vaak neergekeken. Figuurlijk dan, want populieren zijn veel groter dan natuurbeheerders. Populieren worden als staken in de grond geduwd, slaan aan en groeien sneller dan andere bomen uit tot iets wat erop lijkt. Na dertig, veertig, vijftig jaar worden ze gekapt omdat ze anders misschien zouden kunnen omvallen. Handige bomen voor houtplantages, niks voor natuurbeheerders.

Het is een ongefundeerd oordeel, noem het populisme. Waar populieren blijven staan en oud mogen worden, ontstaan juist de mooiste bossen. Spechten hakken holen in het zachte hout, wielewalen donderjagen door de kruinen en bovendien blijken er vier soorten melkzwammen en maar liefst 23 soorten russula’s bij populieren te groeien. Russula’s zijn een kleurrijke familie van paddestoelen. De soorten die het liefst bij populier groeien, kunnen met hun ondergrondse zwamvlok water en mineralen aan de populierenwortels afstaan, waarvoor ze suikers terugkrijgen.

Er zijn verschillende populiersoorten, met inbegrip van abelen, en ratelpopulieren horen bij de bekendste. Die hebben stevige blaadjes op lange steeltjes, die in het geringste briesje geruststellend ritselen. Populieren worden veel minder aangeplant dan voorheen; langs fietspaden verschijnen nog wel eens nieuwe, omdat ze nou eenmaal gemakkelijk aanslaan en snel groeien, maar in bossen worden ze zelden nog aangeplant. Daarmee dreigt een bijzondere soortgroep weg te kwijnen.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 11 okt. 2017)