IJsbeer!

IJsbeer. Foto  Leo 't Hooft
IJsbeer. Foto Leo ’t Hooft

We varen door het zeeijs naar Spitsbergen. Zou ik een ijsbeer zien? Vier keer was ik op Groenland en één keer op Spitsbergen en nooit zag ik een ijsbeer. Ik zag andere dieren, de mooiste bloemen en de woest aantrekkelijkste landschappen. Ik zag ijsbeersporen in de sneeuw: voetstappen zo groot als pannekoeken en glijsporen die over de sneeuw kronkelden. Een dier dat zich van de helling laat glijden moet een goedgemutste levensgenieter zijn. Maar ijsberen zijn nieuwsgierig en niet bang. Een ontmoeting met zo’n goedgemutste, nieuwsgierige levensgenieter kan fataal zijn. Op de achterpoten drie meter hoog, op vier poten vijftig kilometer per uur.

Op het hoogste dek zet ik mijn telescoop neer en speur ik de ijszee af. Zo ver als ik kan zien zie ik zeehonden. De witte ijsschotsen zien zwart van de zadelrobben. Ze luieren op het ijs, zwemmen in of springen uit het water. Zo uitgelaten. Zouden ze altijd zo vrolijk zijn, of alleen nu het dag en nacht licht is? Maar hé, daarginds ligt een rode vlek in plaats van een zeehond. Zou het bloed zijn, bevroren zeehondenbloed?

We varen door, de rode vlek verdwijnt. Een dag later passeren we nog zo’n vlek, nu vlakbij, eromheen staan pootafdrukken van een beer. Maar de beer is nergens te bekennen. Beren zijn afstandswandelaars en de sporen kunnen oud zijn.

We landen op Spitsbergen. Hetzelfde liedje: sporen maar geen beren. ’s Nachts schrik ik wakker van de omroeper. Vanuit de brug is een ijsbeer gezien. Ik heb me nog nooit zo snel aangekleed, ondanks de vele laagjes. Daar hobbelt de beer over rotsen en door sneeuw, op de oever, op veilige afstand.

Wilt u ook naar Spitsbergen? In 2014 gaan we weer! http://www.oceanwide-expeditions.com/ ovv lezersreis met Koos.

(Natuurdagboek Trouw 5 juli 2013)