Iep

Iep, foto Koos Dijksterhuis
Iep, foto Koos Dijksterhuis

De uil zat in de olmen, dat is algemeend bekend.  Maar wat voor boom een olm is, is minder bekend. Toch zijn olmen ’s winters gemakkelijker te herkennen dan veel andere loofbomen. Een olm is een iep. Iepen hebben twijgjes in een visgraatpatroon. Jaren geleden wees een Vlaamse natuurkenner mij op een haag van iepen. Allemaal visgraten staken in de lucht. Laatst wees een bomenkenner mij er weer op. O ja, dacht ik, dat is ook zo. Het visgraatmotief was weer weggezakt, maar nu vergeet ik het niet meer.

Iepen zijn vermoedelijk één van onze meest levendige bomen. Samen met eiken. Er zijn waarschijnlijk geen loofbomen waarin zoveel insecten en andere dieren huizen als in die twee stoere binken. Iepen zelf zijn minder levendig. Ze werden massaal geveld door de iepziekte. Dat is een schimmel die door de houtvaten woekert en deze verstopt. De schimmel dringt een iep binnen door de in het hout geknaagde gangetjes van de iepenspintkever. De schimmel hoeft niet te zoeken naar de ingang van zo’n kevertunnel, hij lift gewoon mee op iepenspintkevers.

Straks hullen de visgraatmotieven zich weer in het blad, maar eerst bloeien er bloemen. Iepen bloeien met kleine, paarse bezempjes. Ze staan op de kale takken, voordat de bladeren verschijnen. Ik zie ze liever dan de toch wat overdreven bloemen van de toverhazelaar, die trouwens al twee maanden bloeit.

Als ik uit mijn raam kijk, zie ik de roodbruine kruin van de kers vol knoppen, daarachter de visgraten van een iep, gevolgd door de enorme, versluierde stammen van een treurwilg. Een prachtige skyline!

De Vlaamse visgraattakken zag ik destijds toepasselijk genoeg in de oude vestingsstad Ieper.

(Natuurdagboek Trouw 4 maart 2013)

2 gedachten aan “Iep”

Reacties zijn gesloten.