Huisspin in huis

Huisspin. Foto Koos Dijksterhuis
Huisspin. Foto Koos Dijksterhuis

In de kamer en in de schuur kom ik de laatste dagen huisspinnen tegen. Huisspinnen zijn geen kruisspinnen die in huis zijn beland, huisspinnen zijn zelfs geen trilspinnen die onze woningen versieren met slingers van spinrag langs de wanden en plafonds. Nee, huisspin is een soortnaam, de grijze huisspin heet hij of zij voluit.

De grijze huisspin is bruin, maar maakt een zwarte indruk als ze ’s avonds laat door de kamer rent. Enorm, zwart en harig lijkt ze. Veel mensen zijn als de dood voor spinnen en deze mensen deinzen onherroepelijk terug voor een huisspin. Maar hoe groot de spin ook is, ze meet en weegt nog geen duizendste van een bange mens. De bange mens vlucht de kamer uit, trapt de spin dood of stofzuigt haar op. De minder bange mens vangt haar in een pot, schuift er een papier onder en zet het dier buiten. Daar zal ze, haar naam kennende, niet willen blijven. Ze zoekt nieuwe huisvesting, en met een beetje geluk doet ze dat bij de buren of in een schuur. Bij ons woont er een in de mezennestkast.

Grijze huisspinnen leven in donkere hoekjes onder meubels, waar ze in een trechtervormig web de dag doorbrengen en op mannetjes of andere prooien wachten. Die vangen ze rennend. Ze kunnen eindeloos wachten. Voor geduldsoefeningen kan ik een huisspin als goeroe aanbevelen. Maar ’s nachts gaat ze op pad. Dat ze dan snel kan zijn, bewijst ze hollend door de kamer wel.

Misschien betekent een hollende huisspin wel dat ze honger heeft en dat er in de kamer weinig prooien zijn. Dan hoeft de bange mens dus geen andere kleine beestjes te vrezen. Een hele geruststelling!

(Natuurdagboek Trouw woensdag 4 nov. 2015)