Huismoeder en weeskind

Rood weeskind Foto Meint Mulder
Rood weeskind. Foto Meint Mulder

Een vriend kwam op bezoek en naam een stapel brandhout mee. Er vloog een nachtvlinder uit het hout, de bosjes in. ‘Huismoeder’, zei ik, ten onrechte, zou weldra blijken. Ik dacht aan een huismoeder, omdat huismoeders nachtvlinders zijn die zich snel laten opjagen uit hun rustplaats. Ze fladderen dan snel naar iets wat beschutting biedt. Ik zag afgelopen weken meerdere huismoeders, waarvan twee in huis.

Twee keer zag ik een huismoeder in de keuken – bij en in de gootsteen. Beide keren leken ze wel dood, zo roerloos zaten ze. Ik zette het raam open en wilde ze pakken, maar bij nadering kozen ze zelf het luchtruim. In vlucht bleken de bruine vlinders ineens geel met een zwarte rand. Hun gele ondervleugels gaan in rust schuil onder hun bruine bovenvleugels.

Vriend en ik kennen allebei mensen die, als ze zo’n vlinder uit het hout zouden zien vliegen, hevig zouden schrikken, als het hen al opviel. Wij merkten op dat wij juist blij werden van zo’n waarneming.

Prompt verscheen dezelfde vlinder, of een andere die erop leek, vanuit de bosjes waar ie in was gevlucht. Hij (of zij – niet iedere huismoeder is een man) vloog steil omhoog om in de klimop rond de kersenboom te verdwijnen. Daarbij vielen niet haar gele, maar rode ondervleugels op. Aha, een rood weeskind!

Huismoeder en weeskind zijn ondanks hun gelijkenis geen directe familie van elkaar. Rode weeskinderen zijn niet zeldzaam maar laten zich minder gauw zien dan huismoeders. Ze worden ook pas begin juli actief, een maand later dan huismoeders, en vliegen tot de herfst. Vriend en ik waren dus extra blij met deze waarneming.

Wij hoopten maar dat het weeskind na de verhuizing tussen de houtblokken voorzichtigheid zou betrachten in zijn nieuwe leefgebied, want boven mijn tuin jagen vleermuizen. Terwijl de schemer zich verdichtte en de maan door de bomen koekeloerde, draaiden de vleermuizen achtjes tegen de donkerblauwe hemel.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 8 juli ’20)