Houden we een grutto, spreeuw en huismus over?

Modern platteland. Foto Koos Dijksterhuis
Modern platteland. Foto Koos Dijksterhuis

De hoeveelheid wilde dieren op het Nederlandse platteland daalt, volgens het rapport Natuur in Nederland van het Wereldnatuurfonds. Van 1990 tot 2013 zijn de populaties van 48 soorten vogels, dagvlinders en zoogdieren daar met gemiddeld 40 procent zijn afgenomen.

Als ik besef dat 70 procent van ons land uit platteland bestaat, vind ik dat alarmerend. Maar het verbaast me niet; we zijn al sinds de oorlog ons boerenland aan het steriliseren. Telkens blijkt het nog grootschaliger en intensiever te kunnen. We willen almaar meer opbrengst uit de grond persen, tegen nog lagere kosten. We besteden daar zelfs kapitalen aan. Intensieve landbouw slokt jaarlijks miljarden overheidsgeld op, onder meer aan inkomenssteun – een soort uitkering.

Als veehouders de melkproductie opvoeren, en de melkprijs daardoor daalt, weet de sector extra subsidies los te peuteren. Nederland spaart kosten noch moeite om zijn platteland nog sterieler te maken. Frankrijk gaat nu ook zijn boerenland sterilseren, Polen zal volgen. Uiteindelijk zullen wij het met onze dure grond en hoge lonen afleggen tegen het buitenland. Hopelijk hebben we dan nog een grutto, spreeuw en huismus over.

Het Wereldnatuurfonds pleit voor extensievere landbouw. Daar heb ik ook altijd voor gepleit. Nederland is met zijn vele cultuurlandschappen jarenlang wereldleider geweest in boerennatuur. Maar om boerennatuur te behouden of herstellen, is meer dan een perceelrandje klaprozen nodig. Dat levert niet meer op dan een olifantenreservaat op de Dam.

Ook voor agrarisch natuurbeheer bestaan subsidieregelingen. Ik heb heel wat boeren ontmoet die daar belangstelling voor hebben. Sommigen bereiken fantastische resultaten, vaak tegen kleine inspanningen, vooral door werkzaamheden na te laten. Dat zijn altijd boeren die het niet voor het geld doen, boeren met hart voor natuur en landschap.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 29 okt. 2015)