Hooglied van de merel

Merels, foto Jeanette Essink

Vrijdag barstte rond mijn huis in Groningen de lente los. Aan het eind van de middag knipoogde de avondzon even door de wolken, ging de wind liggen en werd het een kakofonie van mezen, groenlingen, een zanglijster en merels.

Merels. Weinig vogels zijn zo algemeen bekend en geliefd als merels. Ze zijn talrijk, vooral in tuinen, waar ze niet zo schuw zijn als bosmerels kunnen zijn. Integendeel, tuinmerels laten zich goed zien en horen. En ze zingen een mooi, melancholiek lied, dat goed past bij de vallende avond.

Merels kunnen uit volle borst zingen, maar ze kunnen ook tevreden voor zich uit neuriën. Ze hebben stembanden waar wij alleen maar van kunnen dromen, ik geloof zelfs dat ze twee strottenhoofden hebben. Merels horen waarschijnlijk precies welke merel zingt. Het is gissen naar ’s merels denkwereld, misschien denken merels wel: hé, daar heb je hem weer. Misschien vinden ze de ene merel mooier zingen dan de andere, of beter, of aantrekkelijker. Waardoor vrouwtjes dan hun partnerkeuze laten beïnvloeden.

Voor ons klinken ze eender. Ook qua gehoor liggen vogels op ons voor, al hebben wij veel grotere oren en veel grotere hersenen. Toch kunnen wij mensen ook enig verschil horen, als we lang op een paar bekende merels oefenen. Soms is die oefening niet nodig. In mijn buurt zingt één merel opvallend hoog, hoger dan welke merel ik ooit ook hoorde. Dat is bij mensen heel gewoon, dat de één een hogere stem heeft dan de ander. Bij honden ook, wat met hun lichaamsgrootte te maken lijkt te hebben. Maar bij merels? Het is me nooit eerder opgevallen. Zouden de merelvrouwtjes de hoogzinger bespotten?