Honingkleurige bomendoders

Honingzwam. Foto Koos Dijksterhuis
Honingzwam. Foto Koos Dijksterhuis

Elk jaar komen eind september de honingzwammen op en in december kwijnen ze weer weg. Het zijn geen opvallende zwammen, maar ik vind ze altijd mooi: als ze nog jong en veelbelovend zijn en als ze wegrotten. De zwam op de foto vond ik vorig jaar op 6 december. Hij is aan het eind van zijn latijn. In die taal heet hij Armillaria mellea. Mellea betekent honing.

De zwammen smaken voorzover ik weet niet naar honing. Als je ze even kookt, zijn ze wel eetbaar, maar ik heb ze nooit geproefd. Daarmee verraad ik me als stuntelige paddestoelen-amateur. Kenners ruiken en proeven vaak van paddestoelen. Is dat niet gevaarlijk? Nee, want ze nemen een likje, geen hap. Geur en smaak zijn belangrijke kenmerken om zwammen mee te determineren. Evenals knijpen, want sommige zwammen veranderen daardoor van kleur. De kastanjeboleet bijvoorbeeld lijkt op eekhoorntjesbrood. Maar de eerste kleurt donkerblauw waar je zijn sponsachtige onderkant kneust.

Honingzwammen in de kracht van hun leven hebben vlokjes op hun hoed en een vlies om hun steel. Het zijn de restjes van de vliezen die de uit de grond schietende paddestoelen beschermden. Na het breken van de vliezen kunnen honingzwammen hun sporen verspreiden.

Een honingzwam is nooit alleen. Honingzwammen groeien in groepen. Ze staan vaak aan de voet van een loofboom. Die is dan onverbiddelijk ten dode opgeschreven. Voor bomen zijn honingzwammen funest. Soms groeien ze nog op een al dode stronk. Of op een grasveld. Maar dan staan ze waarschijnlijk op ondergrondse boomwortels. Met dikke, zwarte draden groeien ze naar nieuwe bomen, die ze infecteren.

Behalve echte honingzwammen ruimen ook sombere honingzwammen bomen op. Die zijn donkerder bruin en eten liever naaldbomen.

(Natuurdagboek Trouw maandag 7 dec. 2015)

Honingkleurige bomendoders
DELEN