Hondsdraf

Hondsdraf, © K. Dijksterhuis

Hij woekert weer, hondsdraf, om in één zomer meters bodem te bedekken. Op een mengsel van donkere tuinaarde en zeeklei is dat bedekken van bodems een kwestie van weken. Hondsdraf is dan niet meer bij te benen, en de doorgaans kleine blaadjes kunnen dan gemakkelijk zeven centimeter in doorsnee worden.

Dat merkte ik toen ik lang geleden wat hondsdraf meenam van ons huisje op Schiermonnikoog naar mijn toenmalige huisje in Groningen. Ik had net de akkerdistels onder controle, probeerde het zevenblad buiten te houden en voerde een onbesliste strijd met haagwinde, en het kruipende hondsdraf leek me een uitstekend alternatief.

Op Schier bedekte hondsdraf een strook voormalig gras, gras dat dertig jaar lang kort gehouden was door vaak maaien. Het gras werd afgevoerd, er kwam geen mest aan te pas, dus die grond was verarmd. En de zon scheen er. Er bloeiden pinksterbloemen, tormentils en hondsdraffen. Kleine blaadjes hadden ze, groen en in de lente vaak nog auberginekleurig, en geurige paarse bloemen die als kaarsen overeind groeiden. Meer bloem dan blad.

Hondsdraf, © Jeanette Essink

In mijn stadstuintje keerde zich dat meteen om: vruchtbare aarde en schaduw, dus meer, veel meer blad dan bloem, meer groen dan paars. Alles werd klemgezet door bundels hondsdrafstengels die over de bodem hun webben weefden. In die stengels zitten verdikkinkjes, waar ze wortelen. Ze zijn gemakkelijk los te sjorren, maar sleuren dan wel alles mee waar ze omheen woekeren.

De naam hondsdraf heb ik nooit begrepen. Draf zou met hun snelle groei te maken kunnen hebben, maar honds zou ik ze niet willen noemen. Het zal wel een fonetische verbastering zijn van een oude of buitenlandse naam.

Hondsdraf
DELEN

Eén gedachte over “Hondsdraf

  • 11 april 2011 om 09:13
    Permalink

    Zie voor de etymologie van het woord Hondsdraf de dikke van Dale.

Reacties zijn gesloten.