Hogeland

Aardappalakker, in de verte Waddenzeedijk © Koos Dijksterhuis

Het platteland van Groningen is één van de prettigste plattelanden van het land. Het Hogeland is weer één van de prettigste landen van de provincie. Ik moet in het uiterste noordwesten van de provincie zijn en vermijd de hoofdwegen. Heen via Oldehove, Electra, Zoutkamp. Terug met een boog langs de Waddenzee, langs Kleine Huisjes, Broek, Kloosterburen, Eenrum, Warffum, en dan weer landinwaarts via Onderdendam en Middelstum.

In de winter kan het hier voor de opgewekte mens wel erg gloomy zijn – grauwe luchten boven hompige klei waar de suikerbieten uit zijn gevist. Maar in de zomer is het koren rijp, schuilen hereboerderijen achter hun erfbomen, zijn de diepjes met rietkragen getooid.

Mien Hogelaand, zong Ede Staal, die al 25 jaar dood is. Mooi lied, mooie streek. Het Hogeland strekt zich uit langs de Groninger noordkust. Vlak langs het water is het land vaak wat hoger dan verder van het water af. Het water zet zand, slib en rommel af. Het hoopt zich op. Tot zo’n verhoging eens flink stuk geragd wordt en er een inham geslagen wordt. De Doillard bijvoorbeeld, en de Lauwerszee, sinds 42 jaar Lauwersmeer.

Ooit vertrok de boot naar Schiermonnikoog uit Zoutkamp en Oostmahorn, maar sinds 1969 steekt hij in Lauwersoog van wal. Toen de autoweg door de Marnewaard nog niet klaar was, reed de bus uit Groningen langs de zeedijk. Waar hij, bij de modelboerderij van Mansholt, het oude land verliet, kruiste de bus de oude zeedijk even en zag je een glimp van de Waddenzee. Mijn hart sprong op, bijna op Schier! Op de terugweg kon je nog een laatste glimp van de Waddenzee opvangen. Mijn hart werd zwaar, weg van Schier!

Nu beland ik per ongeluk op die dijk. De doorgaande weg van weleer blijkt een smalle landweg waar je voor een tegenligger de berm in moet. Er staan borden die tegen elkaar opschreeuwen dat het Waterschap, nee het Groninger Landschap, nee het Ministerie van Defensie er de baas zijn. In de oksel van de oude en de nieuwe dijk is een kwelder aangeslibd. Er kwetteren putters boven. Putters in de bomen op de boerenerven en eten zaden van kruiden en grassen in de kwelder, in bermen, langs sloten.

Voor vogels is Noord-Groningen niet slecht. Middag-Humsterland, het nationale landschap langs het Reitdiep, heeft ook veel moois, maar haalt het niet bij het noorden, ook al is dat geen nationaal landschap. Nationaal landschap is een leuke kreet voor de VVV, maar het lijkt het tempo te hebben versneld, waarin de oude landbouwstreek is veranderd in een groene woestijn met gigantische veeschuren van golfplaat. Nee, dan kun je maar beter geen slogans roepen en stilletjes jezelf blijven. Ik zie een boerderij, wat vervallen, met een hoge uitbouw aan de voorkant, een luifel eraan en een dak van leisteen. Nog nooit zo’n boerderij gezien, schitterend.

Ook in Noord-Groningen krijen stokoude dorpjes soms een entree van een boerenfabrieksschuur die anderhalf keer zo hoog is als de huizen en die het halve dorp aan het zicht onttrekt. Maar zoveel troosteloosheid als in Middag-Humsterland kom je er niet tegen. Wel heeft het nationale landschap prachtige plekjes langs het Reitdiep, en zijn er altijd boeren die zich bewonderenswaardig inspannen voor landschap en natuur. Ik passeer bijvoorbeeld Lammerburen, de steenuilboerderij waar je op excursie kunt.

Maar vogelboeren zijn er in het noorden ook. Niet voor niets steekt al gauw een grauwe kiekendief de weg over, voor de auto langs. Hij schommelt in V-houding een akker over, vliegt langs een bosrand, duikt dan het bos in. Dat laatste is ongebruikelijk voor grauwe kiekendieven. Het is een mannetje, zwevend op lange, slanke, grijze vleugels met zwarte uiteinden en op iedere vleugel een zwarte lijn.

Schitterend dier, de meest elegante roofvogel ter wereld.

Bruine kiekendieven zijn helemaal algemeen hier. Noord-Groningen is een bolwerk voor deze roofvogel. Dat komt vooral doordat Noord-Groninger boeren de rietkragen laten staan. Het Waterschap zit daar niet mee, het heeft ingezien dat riet water schoon houdt, dat er dankzij riet meer vis zwemt, meer vogels broeden en dat niet-maaien veel goedkoper is. Een lentewandeling op het boerenland bij Kloosterburen kan een massa rietvogels opleveren. Blauwborstjes bijvoorbeeld, die dan in knalgeel koolzaad op insecten jagen.