Hoeksteen van de brandsganssamenleving

Overvliegende brandganzen © Lars Holst Hansen

Pinguins verwierven faam met hun koesteren van hun ene ei. Moeder en vader houden het na elkaar een hele tijd warm in de poolwinter. Pinguins zijn daardoor populair bij mensen die het gezin promoten als hoeksteen van de samenleving. Maar de brandgans overtreft de pinguin verre in dat hoeksteenschap.

Brandganzen overwinteren bij tienduizenden in Nederland. In Friesland, Noord-Groningen en de Delta zitten de meeste. Als ze overvliegen, gakken ze hoog en schel, als keffende hondjes. Ze zijn grijs met zwart maar hebben witte wangen. In groepen grazen ze systematisch het jonge gras van de velden. Het Engels raaigras op onze weilanden is zo bemest, dat er ‘s winters nog groei in zit. Voor brandganzen is dat gras een eenzijdige, maar snelle en gemakkelijke hap.

Brandganzen broeden op Spitsbergen waar de ouders met de grootste gezinnen de beste broedplekken bezetten: dichtbij de grazigste plekjes en dichtbij het water, waar ze veiliger zijn voor poolvossen. Logisch, zult u denken, de sterkste ganzen krijgen het meeste eten en brengen de meeste jongen groot. Maar het is andersom. De Nederlandse bioloog Maarten Loonen legde extra eieren in nesten van weinig succesvolle brandganzen. Deze losers werden onverwacht de trotse ouders van een groot gezin. Plotseling stegen ze in aanzien en kregen ze de sappigste graspollen. Het voordeel van een groot gezin is zo groot, dat ganzen graag kuikens van de buren adopteren, bijvoorbeeld als de echte ouders even niet opletten. En kuikens uit kleine gezinnen lopen regelmatig van huis weg zich bij een groot gezin aan te sluiten. Dat verhoogt hun overlevingskans.