Hightech-oerrund

Heckrund stier, © K. Dijksterhuis

In de jaren dertig toog directeur van de dierentuin in Berlijn, professor Lutz Heck, met zijn broer Heinz aan de slag om tarpans terug te fokken. Tarpans waren wilde paarden die door de bossen en over de steppen van Europa galoppeerden. Ze werden uitgeroeid door mensen. De laatste tarpan stierf in 1887 in de dierentuin van München. De gebroeders Heck kruisten Konikpaarden, IJslandse pony’s en Przewalskipaarden.  Hoewel boeren vaak tarpans hadden gevangen om mee te fokken, herschiepen ze uit het genetisch erfgoed geen tarpan, maar wel een wintervast paard dat tegen een stootje kon. Dit Heckpaard werd minder beroemd dan het tien jaar eerder op dezelfde wijze gefokte Heckrund. Toen poogden de gebroeders Heck het oerrund terug te toveren, het in 1627 uitgestorven, oorspronkelijke rund waar al onze runderrassen van afstammen. De broers kruisten oude, taaie runderrassen. Ze fokten een mengelmoes van Schotse Hooglanders, Corsicaanse bergrunderen, Hongaarse stepperunderen en Spaanse vechtstieren. Oerrunderen werden het niet, wel zware jongens met wilde eigenschappen. Ze raakten in de vergetelheid, maar werden in de jaren tachtig herontdekt door onder anderen Frans Vera, die zweert bij grote grazers als grasmaaiers en bomensnoeiers. Omdat ze wilder zijn dan die lobbessen van Hooglanders, zijn Heckrunderen alleen uitgezet in voor publiek afgesloten gebieden, zoals de Oostvaardersplassen. Daar zijn ze van generatie op generatie nog wilder geworden.

Huisdieren raken eigenschappen van hun wilde voorlopers kwijt. Die verhogen hun overlevingskans niet meer en raken ondergesneeuwd. Een huiskat die op schoot ligt te spinnen heeft grotere overlevingskansen dan een huiskat die de nagels in het baasje slaat. Maar de braafste huiskat kan met zwiepende staartpunt watertandend in de vensterbank naar vogels zitten loeren. Sommige streken raken ze niet kwijt. Ik zie dat aan de katten op Schiermonnikoog. Ooit door badgasten meegenomen en kwijtgeraakt, handhaafden ze zich in de duinen. Ze eten er eieren en op de grond broedende vogels. Al een paar keer kwam ik een kat tegen, die eruit zag als een wilde kat: groot, grauw gestreept, woest besnord en bebaard. Als ik ‘poespoespoes’ zei, begon hij of zij in dreighouding te blazen.

Op Schier leven behalve verwilderde katten ook verwilderde appels. Uit weggeworpen klokhuizen groeiden soms appelbomen. Die kruisten weer en verrassend snel kwamen verborgen eigenschappen van wilde appels te voorschijn. Bij paarden en runderen van rassen die buiten werden gehouden en wier wilde voorouders nog niet zo lang geleden uitstierven, kan het ook rap gaan. De Heckrunderen in de Oostvaardersplassen vertonen aardig wat variatie in kleurencombinaties van wit, roestbruin en zwart. Dat kan komen door hun uiteenlopend gekleurde voorouders. Toch hebben nog maar enkele een witte voorhoofdvlek, terwijl de meeste een witte rand rond hun neus hebben. En allemaal zijn ze fors gebouwd met lange horens. Gaandeweg zullen de runderen zich meer aanpassen aan hun vrije leven. Misschien dat sommige gemakkelijker dik worden dan andere – bij mensen heeft de een daar ook meer aanleg voor de ander. Misschien dat de dikkerds de winter beter doorkomen en meer nakomelingen krijgen, die de eigenschap erven. Misschien zijn sommige Heckrunderen wat minder kieskeurig dan andere, misschien hebben die een biodiversere darmflora en kunnen ze in schaarse tijden houtige gewassen verteren. Waardoor na enkele generaties de hele soort aan takken knaagt.

Ondertussen zijn er nieuwe fokkers die Heckrunderen niet oer genoeg vinden en die proberen runderen te maken die op oerrunderen lijken. Zij gebruiken daarvoor DNA-analyse, kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie. Dat worden hightech-oerrunderen!