Hete libel

© K. Dijksterhuis
© K. Dijksterhuis

Op een zonovergoten grasveld in het bos nam een stevig gebouwde libel plaats op een steen. Daar bleef zij zitten. Het was een vrouwtje oeverlibel, ik denk nog jong. Nergens was water, laat staan een oever. Ik vreesde dat de libel verschroeide op de hete steen. Maar oeverlibellen nemen graag op een steen of kale grond een zonnebad. Ik heb de libel niet gesekst, maar durf te beweren dat het een vrouwtje was. Een mannetje oeverlibel is namelijk blauw, een vrouwtje geelbruin en een jong vrouwtje geel. Soms zijn de dingen simpel.

Oeverlibellen zijn korenbouten, een familie van gedrongen maar gespierd ogende libellen. De platbuik is de breedst geschouderde, maar de oeverlibel is ook een krachtpatser. Momenteel snorren beide soorten rond, evenals de bruine korenbout van wie ook al de mannelijke helft blauw is. Ze lijken allemaal op elkaar maar de oeverlibel heeft als enige geen donkere vlekken in de oksels van de vleugels. En zonnebaadt graag op een steen. En de vrouwtjes zwerven weg van het water, naar beschutte plekken met stenen om op te zonnen. Kortom, deze libel was typisch een oeverlibel.

De mannetjes blijven wel bij het water, waar ze vanaf een vaste uitkijkpost, bijvoorbeeld een rietstengel, hun deel van de sloot bewaken. Opgestaan plaatsje vergaan. De vrouwtjes komen langs om te paren. Die paring kan in enkele seconden gepiept zijn, maar soms permitteert een mannetje zich een kwartier voorspel. Dat klinkt romantisch, maar het enige waar hij zich dat kwartier om bekommert, is het verwijderen van het zaad van zijn voorgangers

Plotseling snorde de oeverlibellenvrouw met een noodgang weg van haar steen, de bosrand over.