Het vergaan van een spreeuw

De spreeuw na 4 dagen. Foto Koos Dijksterhuis
De spreeuw na 4 dagen. Foto Koos Dijksterhuis

Bezoek nam een cadeautje mee. Een cadeautje? Ik had geen idee, of misschien toch: een wonderlijk hebbedingetje dat met vogels te maken had.
Maar nee, hoewel: wonderlijk was het, en met vogels had het zeker te maken, maar een hebbedingetje? Nee, juist niet. Ik kreeg een plastic zakje met een die middag overleden spreeuw. Ik ben een boek over spreeuwen van plan, vandaar.

De spreeuw was een jong van dit jaar. In de knop gebroken. En in het nekje ook. Dat had gemoeten. De jonge spreeuw was uitgehongerd en verzwakt gevonden, meegenomen en vertroeteld. Maar het was te laat, de spreeuw maakte een zo zieke en ellendige indruk dat hij of zij met een kort kopknikje uit zijn (m/v) lijden is verlost.
Of het verlossen uit lijden ethisch verantwoord is, weet ik niet, maar deze spreeuw leed beslist en zou nog meer lijden. Reeds bij leven had een vlieg eitjes op de fraai gevlekte veren afgezet. Kleine witte bolletjes. Ik haalde de spreeuw uit de zak, er dwarrelden okselveertjes rond, we bekeken hem aan alle kanten. Toen legde ik hem in de tuin onder een tafeltje. De volgende dag lag hij een halve meter verderop.
De tweede dag gonsden er vliegen op en om. Mieren marcheerden over het lijk.
De derde dag was zijn kopje een paar centimeter verschoven. Het verenkleed zag er verfomfaaid uit.
De vierde dag leefde de spreeuw van de maden. Kleine vliegenmaden en grote bromvliegenmaden met purperen rug. Sommige maden holden weg van het lijk.
De vijfde dag kwam de schedel bloot te liggen en kon ik de borstkas inkijken. De ribbetjes kwamen tevoorschijn.
Na een week zat er geen vlees meer aan.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 9 okt. 2014)