Het serene drijfijs

Ivoormeeuwen op ijs. Foto Koos Dijksterhuis
Ivoormeeuwen op ijs. Foto Koos Dijksterhuis

Vorige week ben ik op Spitsbergen geweest, met dertig Trouwlezers. Het is mijn vierde keer in dit arctische eilandenrijk. De prikkeling van de poollucht op mijn wangen, de spuit van een walvis, het opduiken van een baardrob, de hemelsblauwe ijsbergen, het land-, zee-, ijs- en oogstrelende licht van de lage poolzon; het is allemaal vertrouwd en allemaal weer anders.

Eén van de mooiste land-, of beter zeeschappen is het drijfijs, het in schotsen opgebroken pakijs rond de Noordpool. Ons schip vaart er langzaam in. Tot de horizon steken de witte, roze, groene en blauwe ijsschotsen scherp af tegen de donkerblauwe oceaan. De schittering van de avondlucht op het ijs, het geknisper en geschuif, soms onderbroken door een klap tegen de scheepsromp… Het is allemaal van een serene schoonheid, die volgens sommige opvarenden niet aan thuisblijvers uit te leggen valt, hoeveel foto’s en verhalen ze ook meebrengen.

In het ijs leven algen, onder en bij het ijs leven minigarnalen en ander grut. Rond de schotsen zwermen drieteenmeeuwen om die levende have te vangen. De sneeuwwitte ivoormeeuwen hebben meer oog voor visjes. Dat geldt ook voor de Noordse sterns en Noordse stormvogels, en voor de zeehond die van zijn schots glijdt. Het is een klapmuts, te herkennen aan zijn dikke snuit. Middelste jagers, snelle roofmeeuwen die in Siberië gebroed hebben, jagen achter de meeuwen aan om hun visjes af te pakken.

Mijn neus doet pijn in de ijzige bries. Ik kan naar binnen, maar het is te onwaarschijnlijk mooi om ook maar even te missen. Gelukkig is de brug open, het domein van kapitein en stuurlui. Ze staan er met verrekijkers. Onder de horizon doemt een geel vlekje op…

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 8 sept. 2015)

Eén gedachte over “Het serene drijfijs”

Reacties zijn gesloten.