Het saprotrofe klokje

Brandnetelklokje Calyptella capula. Foto Hans van Kesteren
Brandnetelklokje Calyptella capula. Foto Hans van Kesteren

Het brandnetelklokje is geen campanula-bloem uit de klokjesfamilie maar een klein paddestoeltje. Brandnetelklokjes groeien op brandnetelstengels, vooral op dode. Ook op andere dode planten kunnen ze groeien, maar het liefst hebben ze brandnetel. Bij uitzondering willen ze ook wel eens op dood hout groeien.

Dood doet leven, daarom laat ik in mijn tuin de afgestorven planten staan en gevallen bladeren liggen. In holle stengels schuilen beestjes, eitjes, larfjes. Heggemussen, winterkoningen en mezen plukken die eruit. Roodborstjes en merels woelen het blad om, waaronder wormen en larven zich verstopten. En al het dode, bruine ex-groen is voedsel voor schimmels en zwammen. Die schimmels noemt men saprotroof. Dat betekent ‘van dood organisch materiaal levend’. Volgens die definitie zijn wij mensen dus sapotroof, hoewel we weleens anorganisch materiaal eten (kunstmatige toevoegingen met E-nummers) en soms levend organisch materiaal, oesters ofzo.

Brandnetels zijn niet geliefd. Ze doen zeer, ze zijn niet zo mooi, ze woekeren. Maar ze zijn waardplant voor de rupsen van dagpauwogen en andere vlinders. En ze zijn de bakermat van brandnetelklokjes. En die zijn wel mooi, nietwaar? Brandnetelklokjes zijn niet zeldzaam, maar je moet ze even in het oog zien te krijgen. Ze zijn niet groot. Een brandnetelklokje van een halve centimeter is al een flkinke jongen. Het zijn kleinoden. Meestal zijn ze wit, soms grijs en een enkele keer geel.

Zolang het niet gaat vriezen en er geen droge wind uit Rusland waait, houden brandnetelklokjes en andere paddestoelen het vol. Vooral liefhebbers van dode planten, want die zijn er nog veel. Ook op dood hout groeiende zwammen zijn nog springlevend: berkenzwammen, tonderzwammen, trilzwammen. Allemaal saprotroof.

(Natuurdagboek Trouw 22 jan. 2014)

Het saprotrofe klokje
DELEN