Het ganzendilemma

Grauwe gans, © K. Dijksterhuis

Vanwege het ganzenakkoord vragen lezers zich af, of ze hun lidmaatschap van Vogelbescherming moeten opzeggen. Vogelbescherming kreeg van de ledenraad met moeite het akkoord voor het ganzenakkoord. Want vogelbeschermers die akkoord gaan met het schieten van honderdduizend ganzen…? Directeur Fred Wouters zei in Trouw dat het een keus was tussen dit of nog veel meer ganzen schieten. In feite, zei Wouters, betekent dit akkoord de redding van een heleboel ganzen. Communicator Kees de Pater van Vogelbescherming vindt het daarom eerder reden om lid te worden dan om op te zeggen.

Vogelbescherming was tien jaar geleden zo blij met het verbod op ganzenjacht. Ganzen waren het succesverhaal. Aan dat succes gaan ze nu ten onder. In de winter grazen in Nederland tweemiljoen ganzen. Ze vreten gras, graan, bieten, maar toch vooral gras. We hebben over het Nederlandse platteland een biljartlaken uitgerold van monotoon Engels raaigras. Dat spuiten we zo vol drijfmest, dat het ’s winters blijft groeien. We maaien het in april al. Ganzen vinden dat niet erg, ze vinden dat korte, jonge gras het lekkerst. Grazend draaien ze elke drie minuten een drol – ze bemesten de wei, maar dat vindt een boer lastig, die moet immers van zijn mestoverschotten af? Dus beuren boeren compensatie voor ganzenvraat. We steken miljoenen euro’s per dag in schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Een fractie daarvan is voor plattelandsontwikkeling. Daarvan gaat een deel naar agrarisch natuurbeheer. Dat gaat grotendeels op aan ganzencompensatie.

Ganzen zijn gevleugelde koeien. Ze vreten gras, ze poepen. Ze zijn er dankzij het gras voor de intensieve veeteelt. Vrijwel alle vogels worden door de moderne landbouw weggejaagd, maar ganzen profiteren er juist van. Er valt wat voor te zeggen om een deel ervan op te eten en dan minder kistkalveren, varkens of kippen te fokken.

Wouters en De Pater zeggen dat er al veel ganzen geschoten worden, met provinciale ontheffing. Dat is waar, de poeliers liggen ’s winters vol spotgoedkoop ganzenvlees. In het ganzenakkoord wordt de jacht ’s winters gestaakt. De groei is al uit de winterse ganzenmassa. Maar nu neemt het zomerse ganzenaantal toe. Deels zijn dat nazaten van vleugellamme brandganzen die ’s winters met hagel waren aangeschoten en niet weg konden. Het zijn vooral grauwe ganzen, die zich na jaren afwezigheid in Nederland vestigden, toen de Oostvaardersplassen ontstonden. Ze zwermden uit. Ze eten riet en houden plassen open, maar in de huidige aantallen verwoesten ze de rietmoerassen.

Provincies en boeren willen grootschalige bestrijding. Vogelbescherming wil meer schadecompensatie. Volgens het bereikte ganzenakkoord wordt het zomeraantal wilde grauwe ganzen in vijf jaar gehalveerd tot 100 duizend. Daarna moeten de broedgebieden afgerasterd zijn. Dan kunnen de pullen niet meer uit het moeras om zich op akkers en weiden vol te vreten. Dan gaan ze dood van de honger.

Zijn er eens vogels die het voor de wind gaat, maken we daar weer een probleem van. We verpesten ons landschap zodat alleen ganzen er gedijen, en dan gaan we over die ganzen klagen en schieten we ze dood. Dat worden vijf zomers met geknal, geronk in poenerige SUV’s, geblaf van jachthonden, gebanjer door de velden.

Had Vogelbescherming uit het overleg moeten stappen om principieel met krachtige onderkaak ‘neen!’ te zeggen? Volgens De Pater zou het dan voor zowel zomer- als winterganzen slechter uitpakken. Boeren zouden het probleem zelf blijven regelen – zij geven hun land niet weg aan ganzen.

Voor of tegen? Ik weet het niet. Ik weet dat ik blij ben dat ik niet in de schoenen sta van Wouters of De Pater. Die moesten een keuze maken en moeten die nu verdedigen. Zij mogen niet twijfelen. Ik wel. Maar ik blijf lid.