Het eerste speenkruid!

Speenkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Speenkruid. Foto Koos Dijksterhuis

Het is midden in de winter, maar daar trekt de lente zich niets van aan. Klein hoefblad roert zich vlak onder en komt hier en daar al boven de grond. Perken zien geel van de winterakonieten, gazons staan vol paarse, gele en witte krokussen. Van sneeuwklokjes tot narcissen bedient de lente zich van aankondigers. Ook het speenkruid is begonnen; die jaarlijks terugkerende lentebode.

Het eerste speenkruid is altijd een opsteker. Dit jaar was het er vroeg bij. Op 17 januari zag lezeres Jannie van Bloois het bloeien op een slootkant. Ik zie het eerste speenkruid ook altijd op een slootkant. En wel een noordkant van een sloot, die op het zuiden gericht is en de stralen van de nog lage zon loodrecht vangt. In ruil straalt speenkruid terug met bloemen als zonnetjes. Die bloemen hebben acht tot twaalf bloemblaadjes, die glanzen als boter. Ze horen net als boterbloemen tot de ranonkels.

De vrij ronde, tot hartjes ingesneden blaadjes van speenkruid zijn de hele winter al te zien onder bomen, struiken en heesters. Die donkergroene, glanzende blaadjes zijn ontsproten aan kleine knolletjes, die volgens sommigen op spenen lijken en volgens anderen op aambeien, die ook weleens spenen genoemd werden. Ik heb niets tegen aambeien, maar geef toch de voorkeur aan speentjes. In de oksels van de bladsteeltjes vormen zich bovendien bolletjes, waaruit later eveneens een plantje kan groeien.

Speenkruid kan de bodem volledig bedekken, als een gele deken. Nog even en er voegen zich bosanemonen bij. Beide soorten bloeien vroeg in het jaar, als de bomen nog geen blad hebben en zonlicht de bodem bereikt. Na hun bloei vergelen en verschrompelen de blaadjes en wachten beide planten ondergronds op de volgende lente.

Maar zover is het nog lang niet; we krijgen eerst nog een hele lente.

(Natuurdagboek Trouw maandag 19 feb. 2018)