Hengel of vlasbekje?

Vlasbek, © K. Dijksterhuis

Laatst ging het natuurdagboek over vlasbekjes, terwijl er een foto bij stond van hengel. Die misstap bleek een uitstekende graadmeter te zijn van de aandacht waarmee het natuurdagboek gelezen wordt. De correcties stroomden binnen. Hartelijk dank daarvoor, het was een onvergeeflijke slordigheid. Ze lijken ook op elkaar, die twee planten. Hengel was één van de eerste bloemen die mijn vader mij aanwees in het bos. Toen al verwarde ik hengel soms met vlasbekje. Dat heette toen nog vlasleeuwebekje.

Hengel is een halfparasiet. De plant groeit in loofbos en steelt water en voedsel van bomen of bosbessen. Daardoor kan hengel snel groeien en floreert de plant onbekommerd tijdens droogte. De planten verspreiden hun zaadjes niet zelf, er is althans een sterk vermoeden dat mieren het voor ze doen. Hengel maakt wel zelf bladgroen. Vandaar dat de plant slechts een halfparasiet is. Ondanks al die gewiekste eigenschappen gaat de plant achteruit. De verruiging van de bossen doet de soort geen goed. Hengel houdt ook niet van de koeien en paarden die overal als goedkope grasmaaiers worden losgelaten.

Nu gaat het over hengel, terwijl de foto vlasbekjes toont. Vlasbekjes zijn geen bremraap-achtige halfparasieten, maar familie van weegbree. Ze bewaren hun nectar in een diepe kelk, waar alleen hommels met een idioot lange tong erbij kunnen. Tenzij die hommels van buitenaf een gaatje in de kelk bijten. Ik weet niet of ze dat doen, maar het zou me niet verbazen. Bij vingerhoedskruid doen ze het ook. Net als hengel groeit vlasbekje op droge plekken, maar meer dan in het bos zoekt hij zijn heil op open gras, stenige grond of zand. Betreding en geschoffel kan de soort aardig verdragen.