Hemelsblauwe laagvlieger

© Jeanette Essink

Zon, lente: vlinders. Misschien in uw buik, zeker langs bosranden, in tuinen, op open plekken en bloemenweiden.

Vooral boven bloemenweiden maakt u kans kleine blauwe vlinders te zien fladderen. Blauwtjes. Er zijn verschillende soorten blauwtjes, maar de algemeenste is het Icarusblauwtje. Icarusblauwtjes horen tot de blauwste blauwtjes. Alleen het Adonisblauwtje is nog blauwer. De Icarusmannetjes hebben hemelsblauwe vleugels, met een dun wit en nog dunner zwart zoompje. Van boven dan, de onderkant is grijsbruin met vlekken. Op de foto staat het mannetje rechts. Het vrouwtje is van boven bruin met oranje vlekjes.

De Icarusblauwtjes op de foto zijn aan het paren op een boterbloem. Nectar zuigen ze uit klavers en andere vlinderbloemigen, waarop ze ook hun eitjes afzetten, Hun kleine, groene, harige rupsjes vreten zich tunnels door klaverblad. Ze eten dan alleen het bladweefsel, niet de buitenzijden. Mineren heet die eetgewoonte.

Een Icarusmannetje is vaak druk in de weer met het verjagen van andere mannetjes en het lokken van vrouwtjes. Dat gebeurt laag bij de grond – deze vlinders zijn geen hoogvliegers. Ze hebben een rare naam, want Icarus probeerde juist naar de zon te vliegen. Als er even geen lastige mannetjes in de buurt zijn, gaan verliefde Icarusblauwtjes samen in gebed. Ze kunnen bidden als torenvalken. Dan fladderen ze vlak achter elkaar een tijdje op de plaats rust in de lucht, met snelle vleugelslag. Vervolgens strijken ze neer, bijvoorbeeld op een boterbloem, en stappen ze met bewegende vleugels achter elkaar aan. En dan keren ze elkaar de rug toe en vinden hun kontjes elkaar, zoals u op de foto ziet. Als u daar geen vlinders van in uw buik krijgt!

© J.A. Leideritz