Helderblauw heideblauwtje

Heideblauwtje. Foto Koos Dijksterhuis
Heideblauwtje. Foto Koos Dijksterhuis

Blauwtjes, witjes en groentjes zijn vlinders. Geeltjes zijn er ook, maar die noemen we citroenvlinders. Blauwtjes zijn helderblauw, althans, de mannetjes. De vrouwtjes zijn bruin met oranje, zwarte en witte vlekken. Ook mooi.

Icarusblauwtjes zijn de algemeenste blauwtjes. Ze zijn genoemd naar de mythologische Griek, die met zijn vader Daedalus vliegend uit Kreta ontsnapte, met zelfgeboetseerde vleugels van was. Tijdens hun vlucht vloog de jongen te hoog. In de zonnewarmte smolten zijn vleugels. Icarus stortte neer en doofde sissend in zee, waar het eiland Ikaria ontstond. Daarheen werden na de Tweede Wereldoorlog de communisten verbannen, die niet in de gevangenis zaten. Pas bij de verkiezingen van 2011 verloren de communisten er de absolute meerderheid.

Ik heb er eens een tijdje doorgebracht. Misschien dat toeristen of zakenlieden de communisten vreesden; er waren in ieder geval geen lelijke, milieuverwoestende hotels. Ikaria was een kleinschalige verademing vergeleken bij veel andere Griekse eilanden.

Over Icarus wordt gesmaald vanwege zijn vleugels van was. Dat de hoogvlieger op eigen kracht kon vliegen, is nochtans een prestatie die geen mens hem nadoet.

Vlinders kunnen dat wel. Een blauwtje is vaak een icarusblauwtje. Boomblauwtjes zijn ook algemeen, de tweede generatie van dit jaar maakt zijn opwachting.

Op heidevelden zijn heideblauwtjes te zien. Diepblauw zijn de vleugels van het mannetje, met een zwarte zoom en daaromheen nog een klein randje wit. Vooral open, droge hei met kale plekken zand is in trek bij heideblauwtjes. Soms slapen ze als groep in een pol gras. Hun waardplant, waarop ze eitjes zetten, is struikhei. Maar als vlinder lebberen ze graag aan de gele bloemen van brem, rolklaver en jacobskruiskruid, zoals het heideblauwtje op de foto.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 24 juli 2015)