Harige laatbloeier

Harig knopkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Harig knopkruid. Foto Koos Dijksterhuis

Zondag was de zoveelste laatste zomerdag van het jaar. De zon straalde en toen dochter en ik een eind wandelden, kregen we het warm. Het werd twintig graden.
In de berm zagen we een ontluikende melkdistel en een in volle bloei staand fluitekruid, alsof het mei was. Nou ja: we…, ik keek naar bloemen, dochter niet. Langs de paadjes stonden de gebruikelijke laatbloeiers: paardebloem, leeuwentand, witte en rode klaver. Madeliefjes bloeiden ook, die bloeien altijd. Ik miste de dovenetels en koekoeksbloemen, maar je kunt niet overal alle soorten vinden.

Een gebruikelijke laat- of langbloeier die ik op onze wandeling veel zag, was harig knopkruid. Dat is een weinig opvallende plant, met kleine bloempjes. Die hebben wel wat van kabouter-margrietjes, maar zijn toch heel anders. Het gele hartje van knopkruid wordt niet omzoomd door een gelijkmatige kraag van witte lintbloempjes, maar door vijf losstaande lintbloempjes. Daartussen zit steeds even een gat. De witte bloemlintjes zijn vrij breed, maar hebben twee inkervingen. Dat geeft de indruk dat ze uit drie smalle lintjes bestaan.
Soms zijn er zes van zulke lintbloempjes, soms ook minder dan vijf of helemaal geen. Dan bloeit alleen het gele hartje, het bolletje van buisbloempjes. Dat lijkt weer op kamille.

De bladeren van harig knopkruid zijn harig, die van kaal knopkruid zijn kaal. Plantennamen kunnen raadselachtig zijn als hermetische poëzie, maar ook kristalhelder.
De bloemen van beide knopkruiden lijken sprekend op elkaar. Beide soorten zijn in de negentiende eeuw ingevoerd uit Midden-Amerika en hier verwilderd, las ik op Wikipedia. Apart, dat er twee zo op elkaar lijkende soorten tegelijk zijn ingevoerd en verwilderd.

Nog even en de nachtvorst maakt een eind aan deze en vele andere laatbloeiers.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 5 nov. 2014)