Hangmatspin

Hangmatspin Gongylidium sp., Foto Koos Dijksterhuis

Schitterend, zo’n spinnetje. Kogelrond lijf, transparant rode pootjes. De lage zon schijnt er doorheen, zodat het lijkt of ze licht geven. Het is een hangmatspinnetje. Dat is geen spinnensoort, maar een spinnenfamilie met duizenden soorten. Daarvan komen er in Nederland een stuk of driehonderd voor. Die kunnen nog veel kleiner zijn dan dit kaboutertje van een halve centimeter, ze kunnen ook drie keer zo groot zijn. Qua vorm zijn ze al even divers als qua omvang. Maar de meeste zijn donker van kleur en als webdesigners delen ze elkaars voorkeur. Al die hangmatspinnen bouwen webben als hangmatten. Op zachte, zonnige herfstmorgens glinsteren die hangmatjes in het gras, in de bosjes, in een heg. Honderden, duizenden webben, vaak voorzien van wat verticale vangdraden. Er is voor een insect geen doorkomen meer aan. De dauwdruppels die aan de draden hangen, laten de webben fonkelen.

Om de soortnaam vast te stellen, is gepriegel en getuur onder de microscoop nodig. Daar begin ik niet aan, ik hou het op hangmatspin. In geval van twijfel is dat een veilige gok, daar de helft van Europa’s spinnensoorten onder de hangmatspinnen valt.

Hangmatspinnen hebben een bescheiden faam opgebouwd als ballonvaarders. De kleinste soorten laten zich door de wind meewaaien, door een draadje als vlieger uit te gooien. Ze weten als zo’n zwevend stofje enorme afstanden te overbruggen. ‘Ballooning’ heet dat in modieus Engels. Die ballonvarende spinnetjes hebben vast geen duidelijke eindbestemming voor ogen. Veel ervan zullen in zee plonzen, maar sommige belanden op een eiland. Niet voor niets worden eilanden steevast bewoond door hangmatspinnen. En hangmatspinnen zijn altijd één van de eerste dieren die een onbewoond eilandje bereiken.