Handtamme fazant

Fazant, m. Foto Koos Dijksterhuis
Fazant, m. Foto Koos Dijksterhuis

Als de bloemen zijn uitgebloeid, de ijsbloemen nog in de knop zitten, als de vogels niet meer trekken, niet meer zingen, als de vlinders en libellen dood zijn, de bijen in hun korf sluimeren, de paddestoelen verschrompelen, de dieren winterslapen en de ochtend- en avondschemering elkaar de hand reiken, dan is er altijd nog de fazant.

Rood met groen en bruin. Met de borst vooruit stapt hij behoedzaam voort, een borst bekleed met honderden dakpannetjes. Gouden pannetjes met een zwart lofje. Hij maakt een geluid alsof hij nog één keer gorgelt terwijl de wurger toeslaat.

Vogelaars kijken neer op de fazant. Fazanten zijn ‘exoten’, uit Azië. Ze zijn er al jaren maar ze blijven exoot. Op de waarnemingslijstjes worden ze wel geturfd, maar niet van harte. De stilistisch hoogbegaafde schrijver A.L. Snijders schreef in een zeer kort verhaal:
“Er gaan verhalen over de fazant, hij zou geen echte, wilde vogel meer zijn, hij zou gekweekt zijn, vetgemest en losgelaten. Hij zou zijn vluchtinstinct verloren hebben en een kermisprooi zijn voor heren als Rijkman Groenink, die na het graaien van de bonus de weerloze fazant in het vizier hebben. Ik weet niet of dat waar is, de fazant die ik vaak hoor en soms zie, is behoorlijk schuw.”

Het is waar. Fazanten werden gefokt en uitgezet. Vervolgens mochten jagers de handtamme stumperds doodschieten. Fazanten boden verwende papzakken de kans eens raak te schieten. Nu mogen de vogels niet meer uitgezet worden, maar het gebeurt nog steeds. De schuwe fazant die Snijders soms ziet had waarschijnlijk verwilderde ouders. Die weet niet beter of hij is een wilde vogel die hier al generaties lang woont.

(Natuurdagboek Trouw 21 nov. 2013)

Handtamme fazant
DELEN