Hagedis zonder poten

Hazelworm, © Koos Dijksterhuis

We lopen door een bos en een hazelworm steekt kronkelend het pad over. Hij meet zo’n 45 centimeter. We denken meteen aan een kleine slang. Maar een hazelworm is geen slang, het is een op een slang lijkende hagedis zonder poten.

Hazelwormen steken net als slangen steeds hun tongetje uit. Dat tongetje is wat minder gespleten dan slangentongen, maar gespleten is het wel. Hazelwormen hebben knipperende oogleden, slangen lijken ooglidloos. Het ooglid van slangen is een soort raampje voor het oog. Slangen leggen eieren, hazelwormen niet. Ze baren levende jongen die meteen op eigen benen staan, als ze die hadden.

Hazelwormen leiden een verborgen bestaan tussen de bladeren en takjes in de strooisellaag. Daar jagen ze op klein gespuis, vooral regenwormen en naaktslakken. Ook een jonge soortgenoot gaat er best in. Uitbuiken en -rusten doen ze soms in mierenhopen, veilig voor hun vijanden.

Ze worden gegeten door vogels, zoogdieren van egel tot vos en door slangen. De meeste hazelwormen gaan dood door mensen. Mensen asfalteren hun leefgebied en rijden hen vervolgens plat. Hazelwormen gaan niet goed samen met fietsen, laat staan auto’s. Mensen die slangen dood trappen, trappen ook hazelwormen dood. Mocht een hazelworm alle dansen ontspringen, kan hij jaren oud worden.

De hazelworm wiens pad we kruisen heeft een lichte tint – een jonkie dus. Volwassen dieren zijn bruin. Daarbij heeft onze hazelworm een lengtestreep. Oudere dieren hebben geen strepen, maar kunnen wel gevlekt zijn.

Het dier vindt ons waarschijnlijk veel angstaanjagender dan wij hem. Hij blijft stil liggen, maar kronkelt dan weer verder. Niet zo soepel als een slang, maar toch vrij snel ritselt hij onzichtbaar onder de takjes en dennennaalden.