Haastige roofkever

Veldloopkever, Foto Meint Mulder

Soms overkomt het je op een zachte avond in Nederland nog, maar het is zeldzaam geworden. In Duitsland of Frankrijk heb je meer kans. Tegen de avondhemel snort een mini-helicopter voorbij. Als ie tegen je aan botst, kan het zeer doen. De helicopter stort neer. Het is een grote kever. Vliegend hert, boktor, mestkever of loopkever. Vliegende herten en mestkevers zijn, eenmaal neergestort, traag. Ze lopen moeizaam, in slowmotion haast. Boktorren zijn al een stuk beweeglijker, maar grote loopkevers slaan alles. Loopkevers hadden beter renkevers kunnen heten. Of killerkevers, want dat rennen gebruiken ze om prooien te verrassen. Eén van die snelle jongens is de gekorrelde veldloopkever. Veldloopkever doet denken aan marathonloper. Een veldloopkever komt aangesnort, botst tegen me op, stort neer, en rent zo snel rond, dat de sluiter van mijn camera hem niet kan bijbenen. De foto’s zijn onscherp. Gelukkig mailde een lezer me een haarscherpe.

Die snelheid zal veldloopkevers beslist voordelen geven, de evolutie dobbelt niet. Toch komt zijn nerveuze haast mij overdreven voor, als ik besef dat de prooien van deze killerkever vooral uit wormen en slakken bestaan. Egel en mol sjezen toch ook niet als jachtluipaarden achter wormen aan?

Toen Nederland zijn landschap nog niet had platgewalst en gedesinfecteerd, waren gekorrelde veldloopkevers zeer talrijk. Sommige gekorrelde veldloopkevers waren geheel zwart, andere hadden rode dijen.

Dat gekorrelde verwijst naar de knobbeltjes die in rijen in lengtegroeven op de rugschilden liggen. Gerijgd als kettingen, wat de kever een tweede naam opleverde: kettingschallebijter.

Met zijn forse kaken knipt de gekorrelde veldloopkever zijn wormen en slakken in hapklare brokken. Gekorrelde veldloopkeverlarven zijn nog roofzuchtiger. Ze zien eruit als prehistorische, moordende griezels.