Haastige mollen

Molshopen met berijpte schaduwzijde. Foto Koos Dijksterhuis
Molshopen met berijpte schaduwzijde. Foto Koos Dijksterhuis

Fietsend langs een rijksweg met twee drukke rijstroken vielen mij ’s morgens vroeg de grasveldjes aan weerszijden van het asfalt op. Het waren allebei bemeste, kortgehouden grasveldjes met berijpte grassprieten. Het verschil was nochtans groot. Het ene veldje was helemaal vergeven van de molshopen, het andere veldje had er niet één. Zou het ene veldje mollen meer te bieden hebben dan het andere? Ik kan het me niet indenken. Het lijkt me dat de rijksweg de mollen tegenhoudt.

In het bos zie ik vaak mollengangen waardoor een mol het pad kruiste. De mol steekt paden weliswaar ondergronds over, maar blijft zo ondiep, dat er een richel in het pad ontstaat. Dat is geen mollige lamlendigheid, het is een uitstekende strategie. Want door niet echt te graven, maar het grondoppervlak omhoog te duwen, is zijn oversteekplaats in een vloek en een zucht klaar en bereikt een mol veel sneller de overkant. Slim, want zou een mol een molshoop op het pad maken, dan valt hij meer op dan tussen de bosjes. En een mol die opvalt, loopt gevaar. Het grootste gevaar voor een mol is wel de mens, die mollen doodtrapt zodra hij de kans ziet. Er zijn ook mensen die een mol niet doodtrappen, maar een mol neemt het zekere voor het onzekere en haast zich naar de overkant.

De rijksweg is blijkbaar een onneembare barrière. Asfalt laat zich niet opduwen en een gang van acht meter is een monnikenwerk. Een bovengrondse oversteek is zo riskant, dat weinig mollen eraan zullen beginnen. Waarom zouden ze ook? Aan de overkant wacht precies zo’n veldje.

De molshopen zijn alleen aan de schaduwkant berijpt. Hun zonzijde is al ontdooid.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 27 feb. 2015)