Haai!

Kapsels van hondshaai (links), stekelrog (rechts) en wulk (achter), © Wim de Vos

Laatst vond ik een roggeëi. Of welbeschouwd een eikapsel. Dertig jaar geleden kon het strand na een stevige noordwester bezaaid liggen met de ruwe eikapsels van de gladde rog en de gladde eikapsels van de ruige rog, meestal stekelrog genoemd. Dat is nu wel anders. Nog zeldzamer zijn haaieëikapsels.

Roggen en hondshaaien bevolkten de zuidelijke Noordzee en kwamen tot in de Waddenzee voor. Daaraan kwam in de jaren ’70 een einde. In 1951 werden in de Noordzee 18 duizend roggen gevangen. De vinnen werden gegeten, de rest weggegooid.

Hondshaaien zijn ruim een halve meter lang. Ze worden soms geserveerd onder de schuilnaam zeepaling. Wie zou er ook hondshaai bestellen? De meeste hondshaaien gaan er, net als roggen, aan als bijvangst. Casualties, per abuis gevallen slachtoffers. Hondshaaien en roggen leven op de bodem, waar ze visjes, kreeften en weekdieren vangen. Bij de vangst van platvis zijn haaien en roggen de klos. Vandaar dat ze zo zeldzaam zijn geworden.

De geplande reservaten in de Noordzee kunnen de kraakbeenvissen en andere vissen rustoorden geven. Jammer genoeg staan de reservaten niet met elkaar in verbinding, terwijl roggen en haaien reislustig zijn. Misschien dat er haaien en roggen op afkomen uit de Atlantische Oceaan, al zijn ze daar ook al zeldzaam geworden. En daarbij: eerst zien wat zo’n reservaat voorstelt. Illegale visvangst lijkt me nauwelijks te voorkomen, zeker als daar temidden van de leeggehaalde Noordzee weer wat te vangen valt.

Maar kom, ik vond een kapsel van de stekelrog op Schiermonnikoog, waar iemand laatst een groepje hondshaaieneikapsels vond. Dus ze zijn er nog en wie weet worden het er straks weer meer.