Gilly de zeekoet

Zeekoet Gilly. Foto Simon Cook
Zeekoet Gilly. Foto Simon Cook

Aan dek van de Plancius kijken we naar zeevogels. De Plancius is het schip van Oceanwide dat ons van Zeeland naar Spitsbergen vaart. Op zee laten we de zeekoeten achter ons. Die zijn nu aan ei en dus aan land gebonden. Op de Shetland-eilanden waar we aan land gingen, verdringen zeekoeten zich op rotsrichels boven zee. Hun enige ei is puntig en rolt daardoor eerder om zijn as dan over de rand. Zeekoeten broeden in kolonies en leggen binnen korte tijd allemaal een ei. Daardoor zijn hun kuikens ongeveer tegelijk klaar voor de sprong in het diepe. Door massaal te gaan, lopen ze minder gevaar van meeuwen. Als het zover is, roepen de oudervogels hun kuiken naar beneden. Het zeilt de zee in, al dan niet stuiterend over de rotsen. Daarna peddelt het kuiken met vaderzeekoet de zee op.

Reisleider Simon vertelt dat hij in een haven van zeelieden eens een opgelapt zeekoetenkuiken kreeg. Ze hadden hem schoongemaakt van stookolie, maar wisten zich er verder geen raad mee. Simon en collega’s voerden het diertje vis en hielden hem aan boord in een spoelbak. Ze noemden hem Guilly. Zeekoet is guillemot in het Engels. Guilly badderde zich onder de kraan en soms mocht hij door de gangen scharrelen, tot vermaak van de passagiers en tot afgrijzen van de schoonmakers. Hij groeide op en de reis liep ten einde. Gelukkig wilde een zeemuseum op IJsland hem wel. Daar mocht Guilly in het zeeaqarium duiken en vissen. Hij trok bezoekers uit het hele land, haalde de krant en kwam op tv. Toen hij het vissen onder de vin had, werd hij vrijgelaten bij een zeekoetenkolonie.

(Natuurdagboek Trouw 2 juli 2013)