Grote, harige rups

© Koos Dijksterhuis, Grote Beer rups, Lepelaarsplassen

In de Lepelaarsplassen struinde ik rond met Kees de Pater van Vogelbescherming. Kees kent daar de weg en mag overal in. We struinden door het moeras en moesten uitkijken waar we onze voeten plaatsten. Niet vanwege wegzak-gevaar, maar vanwege de rupsen die overal zaten. Op distels, bramen, kleefkruid, alles.  Die wilden we niet vertrappen.

Een paar jaar geleden vond ik in juni onder het dichte gebladerte in onze woeste tuin net zo’n knots van een rups. Zwart, wit en oranje behaard hield het dier zich schuil onder een mengsel van wilg, vlier, meidoorn en Judaspenning. Wie het daglicht niet verdraagt, moest nachtvlinder zijn. Maar welke kostganger herbergde mijn tuin? De rups mocht logeren in een mini-aquarium uit mijn kindertijd. Er zaten barsten in het glas, maar de rups leek me niet iemand die over zulke dingen zanikte. Later deed het aquariumpje nog jaren dienst als woonplaats voor wandelende takken. De rups kreeg aarde, een bakje water en een wildernis van bladeren: wilg, vlier, meidoorn en Judaspenning. Hij verpopte zich en er kwam een enorme, driehoekige vlinder uit: zwart-wit gemarmerd. Ik liet hem vrij, hij spreidde zijn vleugels en er kwamen vurig oranjerode achtervleugels en lijf tevoorschijn. Hij wandelde weg, de schaduw in. Ik heb hem niet weer gezien.

Een grote beer was het en grote beren zijn de rupsen in de Lepelaarsplassen. Beervlinders danken hun naam aan de dikke, lange vacht van de rupsen. Die beschermt hen tegen vijanden. Zo niet de koekoek, een notoire liefhebber van grote rupsen. Een koekoek vilt de rups. Hij bijt kop of kont eraf en schudt het lijf uit de vacht.

2 gedachten aan “Grote, harige rups”

  1. We hebben vandaag een Grote Beer rups in Zandvoort gezien in de duinen bij het circuit.

Reacties zijn gesloten.