Grote groei door kleine vlieg

Gal v. distelgalboorvlieg, © Koos Dijksterhuis

Distels zijn niet de planten die we het liefst zien als we wandelen. Met ‘we’ bedoel ik ‘men’. Als akkerdistels niet bloeien, keuren we ze geen blik waardig. Doen we dat wel, dan valt soms een verdikking op in de distelsteel.  Als een spierbal in de arm van Popeye vertoont de stengel een zwelling van drie centimeter dik en vijf centimeter lang. Is de plant ziek? Wel, je zou het ziek kunnen noemen, zo’n spierbal heeft iets van een tumor, het is een plaatselijke woekering, een op hol geslagen groeistuip. Zo’n groeistuip heet een gal. Een gal is het gevolg van een galwesp, een galmug, een galmijt, een galvlieg of een ander galdier. De distelgal is het gevolg van een distelgalboorvlieg die er eitjes heeft gelegd. De larfjes die daar uitkomen, wonen veilig in de dikke distelgal, met genoeg voedsel binnen pootbereik. De distelgalboorvlieg is een vliegje van een halve centimeter. Dat zo’n klein vliegje zo’n dikke gal teweegbrengt! Maar er kunnen meerdere larven in de gal leven. En trouwens, het is niet de vlieg, het is de plant die het werk doet, daartoe alleen maar aangespoord door de distelgalboorvlieg.

De vlieg is klein maar fijn. Zwarte sinuscurven kronkelen over zijn witte vleugels. Samen vormen de zwarte slingers een 8 van twee hartjes. Het zwarte lijfje heeft  een donkerbruine kop en een gele vlek in de nek, door insectenkenners altijd het borststuk genoemd. Zijn bolle ogen zijn turquois van kleur.

Als de larven Distelgalboorvliegen vrezen verdroging en geven daarom de voorkeur aan distels op vochtige plaatsen, bijvoorbeeld aan het water. Als een gal te water gaat, geeft dat niets, hij blijft drijven.