Groen op een stadsbalkon

Muurleeuwebek, © K. Dijksterhuis

Volgens het plantenboek bloeit muurleeuwebek vanaf mei, maar dit jaar zijn de plantjes er vroeg bij. Er zijn veel planten vroeg bij. Als het op 2 april al warmer is dan 25 graden, gaat het snel. Zou het klimaat soms veranderen? Muurleeuwebek groeit op muren en muren vind je in de stad. Hoewel kades en dijken ook als groeimuur dienen – bijvoorbeeld langs het IJsselmeer – is het vooral een stadsplantje. Op het Amsterdamse binnenstadsbalkon waar ik laatst was, woekert de plant of het zich geen betere woonplaats kan wensen. En dat kan het ook nauwelijks – het balkon ligt op het zuiden en de bewoner van de bij het balkon horende woning staat niet bekend als fanatiek aanharker van huis en haard.

Op zo’n stenig stadsbalkon zorgt het kruipende groen voor leven in de brouwerij. De paarse bloemen met een gele tong op de lila onderlip geven er kleur aan. Prachtige bloemen, frisgroene blaadjes en rossige stengels. Nog even en er wordt zaad gevormd in geribbelde zaaddoosjes. Daarin zitten een paar kleine zaadjes en één groot zaadje. De kleine zaadjes vallen uit de doos en hoewel veel  ervan geen vruchtbare kiemplaats zullen vinden, rollen, waaien of spoelen andere naar een geschikte plek. Ook slepen mieren weleens zaadjes mee. Het grotere zaadje blijft zitten en dat gebeurt niet voor niets. Als muurleeuwebek is uitgebloeid en zaad vormt, wendt het zich tot de schaduwzijde van het leven, weg van het licht. Het achtergebleven zaadje wordt daardoor met enige kracht tegen de muur gedrukt en zal, indien zich in de nabijheid een spleetje bevindt, in dat spleetje geduwd worden, waar het kan ontkiemen.