Groen bij het station

Foto Koos Dijksterhuis

De eerste dag na de opening van de Hanzelijn, treinde ik erover. Ik kwam uit Haarlem, en deed in één klap alle vijf de nieuwe stations aan: Halfweg, Almere-Oostvaarder, Dronten, Kampen-Zuid, Groningen-Euroborg. Nou ja, in één klap, dat suggereert een vaart die de vele vertragingen tekort zou doen. Bij vertrek reeds bleken uit alle richtingen de treinen te laat; ze kwamen niet, ze gingen niet, ze bleven allemaal staan. Uiteindelijk kachelde ik toch het land door. In Flevoland lagen de kleivelden er even somber bij als de Oostvaardersplassen.

De nieuwe stations lijken op elkaar. Kampen-Zuid is een winderige plek die je niet graag te voet of per fiets zou benaderen. Dat hoeft ook niet: de stationsomgeving wordt doorsneden door nieuwe autowegen.

De nieuwe stations zijn nauwelijks beplant. Misschien komt dat nog, plantengroei kost tijd, maar zoals stations in mijn kindertijd beplant werden, worden ze niet meer beplant. Toen zwaaide de licht excentrieke landschapsarchitect Hein Otto de scepter over het stationsgroen. Mijn vader richtte stationsomgevingen in en samen probeerden ze zoveel mogelijk bomen te handhaven of planten. Ze raakten bevriend. Otto logeerde soms bij ons, dan vertelde hij sterke verhalen. Ik noemde hem oom Hein, hij noemde mij knulletje Knolraap. Als jong lid van de jeugdbond voor natuurstudie was ik onder de indruk van zijn fenomenale plantenkennis. Oom Hein droeg nooit een pak, zoals andere mannen. Ook naar kantoor toog hij in corduroy of korte broek. Hij had een snor als een borstelwagen en een woeste krullebol. Hij is al jaren dood.

Over spoorlandschapsarchitect Otto verscheen de brochure Landschap en spoor, geschreven door Marinke Steenhuis en Lara Voerman, te downloaden van www.spoorbeeld.nl/bureau-spoorbouwmeester.