Grijzer dan in het vogelboek

Bonte vliegenvanger m., © Jeanette Essink

De bonte vliegenvangers zijn terug uit Afrika. Ze nemen hun nestkasten in en zullen hun eitjes leggen. Die kwamen altijd uit als de rupsenpiek begon, zodat er voedsel voor de jongen was. Als bijeffect werden de rupsen onder de duim gehouden, zodat eiken en andere loofbomen niet al werden kaal gegeten als de rupsen zich verpopten. Nu gebeurt dat regelmatig, in een zonnig en warm voorjaar staan bomen eerder in blad, en rupsen komen uit hun ei als ze blad ruiken, maar vliegenvangers kunnen vanuit Afrika niet in de nabije toekomst zien wanneer het zover is. Ze kunnen hooguit telkens wat vroeger trekken, als ze in Afrika tenminste op tijd voldoende zijn aangedikt voor de grote vliegreis. Ze arriveren ook wel iets vroeger dan jaren geleden, maar de rupsenpiek missen ze vaak net. Dan hebben hun kuikens in naaldbos meer kans, waar weliswaar minder rupsen zijn dan in loofbos, maar waar ze niet zo kort en hevig pieken. Er zijn langere tijd rupsen te vinden.

Bonte vliegenvangers zijn er nog best veel. Dankzij nestkasten hebben ze zich over de zandgronden van Nederland verspreid. Vooral op de Veluwe en in de Drentse bossen komen ze voor. Het mannetje is veel grijzer dan in het vogelboek staat, en buiten het seizoen zelfs bruingroenig als zijn vrouw. Ik hoorde en zag een mannetje zingen in een bosrand in het Lauwersmeer en zie ze ook wel eens op een vaste plek op Schiermonnikoog, waar ze officieel nog niet ingeschreven staan als broedvogel. Vanaf een hoge zitpost fladderen vliegenvangers achter vliegende insecten aan, waarna ze met hun prooi terugkeren op hun zitpost. Maar hun kuikens willen rupsen.